WARMTEPOMPEN
Install Magazine 945 – november 2017
Warmtepompen, de mythes doorbroken
Ondanks het feit dat de doorbraak van de warmtepomp al een hele tijd wordt aangekondigd, komt ze er niet. Recente cijfers hebben het over minder dan 10.000 warmtepompen die per jaar verkocht worden ten opzichte van 200.000 verwarmingsketels. Waar situeren zich de knelpunten?
UBF-ACA, de Unie der Belgische Frigoristen, vond het hoogtijd om de kat de bel aan te binden en organiseerde binnen haar stuurgroep B2/WPAC een rondvraag. De mythes en opinies die hieruit voortvloeiden werden tijdens een rondetafelgesprek op een transparante manier besproken en waar nodig ontkracht of bevestigd.
UBF-ACA, de Koninklijke Belgische Vereniging voor Koude en Luchtbehandeling, is de enige beroepsvereniging die alle installateurs, fabrikanten, invoerders en verdelers van koeltechnisch en luchtbehandelingsmateriaal groepeert in België. De afdeling ACA groepeert daarbij alle installateurs, fabrikanten, invoerders en verdelers van airconditioning- en warmtepompinstallaties en/of componenten. Binnen de algemene structuur zijn diverse stuurgroepen, waaronder B2/WPAC (invoerders/fabrikanten van koeltechnische componenten + warmtepompinstallaties) verantwoordelijk voor de werking van hun afdeling.
Vertrekkend van de misverstanden en indianenverhalen die her en der opduiken, wil UBF-ACA aan de hand van een rondetafelgesprek tot een merkneutraal en informatief artikel komen over de warmtepomp als het verwarmingssysteem van de toekomst. Dit zonder de verschillende systemen tegenover elkaar te zetten.
De volgende personen namen deel aan het gesprek, dat door Alex Baumans (hoofdredacteur De Onderneming) werd gemodereerd:
Joost Berckx (productmanagement, technical field support heat pumps Bosch), Prof. Wim Boydens (studiebureau Boydens), Luc De Smet (sales planning director Daikin), Gert Dewandeleer (productmanager Nathan), Hans Dolfeyn (salesmanager Belux Panasonic), Rudy Gielen (productmanager Mitsubishi Electric), Jan Hoogmartens (projectingenieur WP Viessmann), Patrick Leenaerts (Ind. Eng., salesmanager Thermo Comfort), Geert Rooselaer (zaakvoerder Rooselaer Technics), Ben Stevens (zaakvoerder Koeltechnieken Ben Stevens), Erik Waumans (executive director Thercon).
Hoe rendabel zijn warmtepompen in de praktijk?
Een eerste mythe die onder de loep werd genomen is de rendabiliteit van warmtepompen. Voor de berekeningen van het E-peil moet de COP-testwaarde (Coefficient of Performance of de verhouding tussen het elektriciteitsverbruik en de afgegeven warmte) worden opgegeven. Het gaat hier om de COP-waarde die werd bepaald volgens de gestandaardiseerde proefomstandigheden beschreven in de norm NBN EN 14511–2 [1]. Om rekening te houden met de werkelijke omstandigheden waarin de warmtepomp in de praktijk werkt, wordt de COP-test vermenigvuldigd met een aantal correctiefactoren zodat een gemiddelde jaarlijkse COP wordt bekomen, de seizoensprestatiefactor (SPF of SCOP). De correctiefactoren verschillen echter van systeem tot systeem. We worden om de oren geslagen met cijfers en rendementen maar wat betekenen die in de praktijk en worden ze in werkelijkheid gehaald?
Volgens Joost Berkcx is een sjoemelsituatie niet ondenkbaar aangezien COP’s in werkelijkheid niet altijd kloppen met hetgeen oorspronkelijk vooropgesteld is: “Ik zie bijvoorbeeld soms stavingscertificaten waar er met kortere tijden getest wordt dan diegene die bepaald worden in de norm.” Prof. Wim Boydens benadrukt dat de testomstandigheden cruciaal zijn: “Met de cijfers kunnen toestellen van een bepaald type van fabrikant a, b en c met elkaar vergeleken worden. De kunst is hoe we van een stationaire meting een beoordeling kunnen maken van hoe een type warmtepomp in werkelijkheid en met wisselende temperaturen presteert. We moeten breed, op Europees niveau, durven kijken naar wat Europese instanties hieromtrent in samenwerking met onderzoeksgroepen doen.”
Luc De Smet wijst op de Ecodesign-verordening die vanaf 1 januari 2018 voor een deel van de warmtepompen van toepassing is en de minimum efficiëntienormen en emissienormen vastlegt. Producten die niet voldoen, krijgen geen CE-markering en mogen niet in de EU worden geïmporteerd: “Wij zijn als fabrikant verplicht om vanaf 2018 de Europese norm te hanteren. SCOP volgens Ecodesign laat toe om toestellen te vergelijken. In de praktijk moet gemeten en gekeken worden hoe het toestel in het betreffende gebouw presteert. De installateur speelt hier een belangrijke rol.” Gert Dewandeleer bevestigt: “Het is belangrijk om ook aan de eindgebruiker duidelijk te maken dat het mogelijk is dat een warmtepomp met een bijzonder hoge SCOP-score slecht wordt ingebouwd, waardoor ze niet goed functioneert.” Hier is tevens een rol weggelegd voor de fabrikant, aldus Rudy Gielen: “We moeten ervoor zorgen dat de installateur weet hoe hij een product moet bouwen om een goed rendement te halen en dat er gemeten wordt.”
Meten is weten. De toekomstige generatie EPB zou moeten gebaseerd zijn op de feedback van de metingen in de praktijk, aldus Wim Boydens: “Die zullen uitwijzen in welke mate men/de schakel zijn werk goed gedaan heeft. Op die manier zullen de verantwoordelijkheden duidelijker worden en zullen de metingen ook bij de eindconsument een waarde krijgen. Dit impliceert een mindswitch van de diverse actoren. We zullen uiteindelijk naar de prestaties van het gebouw en zijn installaties kijken en de daaraan verbonden verantwoordelijkheid van de gebruiker. Op het einde van de rit kan een soort ‘regisseur’, bijvoorbeeld de EPB-verslaggever, de afwijking vaststellen en in financiële termen vertalen naar de eindgebruiker. Op die manier zal er een soort van competitie ontstaan. Niet alleen onder consumenten die het rendement van hun warmtepomp vergelijken, maar ook installateurs en studiebureaus zullen geprikkeld worden om het beste resultaat neer te zetten. Zo zal de gap predictie-realiteit mooi in kaart worden gebracht.”
Wat is de winst in primaire energie en de invloed van de elektriciteitsprijs?
Een van de sterktes van Ecodesign is volgens Hans Dolfeyn dat, niet alleen voor warmtepompen maar ook voor alle warmte-opwekkers, het verbruik steeds wordt teruggekoppeld naar primair energieverbruik: “Veel blijft inderdaad afhangen van de installatie, maar als we uitgaan van een optimale installatie geeft het wel een goed beeld van waar de diverse technieken zich bevinden.”
Het pijnpunt is dat de prijskloof tussen elektriciteit en fossiele brandstoffen te groot is. Joost Berckx vraagt zich af hoe men een warmtepomp kan verkopen als die elektriciteit verbruikt die zeer duur is? Er wordt geen onderscheid gemaakt of een verschillend tarief gehanteerd voor wie investeert in groene verwarming. Luc De Smet wijst erop dat de kloof tussen gas en elektriciteit volgens het Ampère-rapport in Vlaanderen 6 is, in Wallonië 3,95 en in Brussel 3,75: “De problematiek situeert zich dus in Vlaanderen, waar elektriciteit te veel belast wordt ten opzichte van andere stromen.” Hans Dolfeyn: “De overheid creëert verwarring. Langs de ene kant wil men weg van fossiel en worden er veel inspanningen gedaan om hernieuwbare energie op gang te trekken, en langs de andere kant worden alle kosten geparkeerd in de enige drager die die hernieuwbare energie kan vooruithelpen.”
Wat is de impact van de nevenkosten?
Een vaak gehoorde opmerking is dat een warmtepomp duur is. En wat is de impact van de nevenkosten zoals boringen, werking bij lage temperaturen, ontdooicycli ed.? Luc De Smet refereert opnieuw naar Ecodesign: “Zowel de slechte als de goede momenten, het sluipverbruik en dergelijke worden ingecalculeerd en er wordt een globaal peil weergegeven. Elke warmtepomp presteert inzake primaire energie ten allen tijde beter dan een fossiele installatie. SCOP volgens Ecodesign houdt rekening met alle verbruiken.” Joost Berckx vindt dat de kost van een boring te hoog is. Volgens Luc De Smet gaat de prijs echter naar beneden. De gebouwen worden beter geïsoleerd waardoor het benodigde vermogen lager wordt: “Technieken evolueren maar ik stel vaak vast dat mensen nog met mythes in hun hoofd zitten die totaal niet kloppen. Zo is het perfect normaal dat een warmtewisselaar op een gegeven moment aanvriest en daarna start de ontdooicyclus. Dit wil dus niet zeggen dat de warmtepomp niet meer werkt.” Ben Stevens (Koeltechnieken Ben Stevens): “Waarom legt de eindklant altijd de link wamtepomp-boring? Lucht-lucht of lucht-water lijkt men niet te kennen?” Er wordt binnen dat kader vanuit het panel gewezen op de informatieplicht van de architect. Wim Boydens besluit dat de investeringskost en levensduur samen moeten bekeken worden en dat we moeten komen tot een gezonde mix van verschillende systemen. Elk systeem heeft zijn plaats op de markt.
Hoe inzetbaar zijn warmtepompen?
Technologisch gezien zijn er volgens Erik Waumans geen beperkingen. Voor elke applicatie bestaat een product, of het nu gaat om een industriehal, kantoor of woning. Wim Boydens: “Als de bouwschil van een nieuwbouw goed wordt aangepakt zal die de crème de la crème zijn om een warmtepomp toe te passen. Daarnaast is het belangrijk dat er een evenwicht is tussen de graad van isolatie van een woning en de dimensionering van heel het verwarmingssysteem in de woning.” Joost Berckx: “De factor oververhitting speelt meer en meer mee. Met de meeste warmtepompen kan je koelen en verwarmen. De overheid vormt echter terug een belemmerende factor. Als de warmtepomp kan koelen krijgt men geen premie en verliest men 1 à 2 E-peil-punten in de EPB-software. Voorts wil ik nog meegeven dat de technologie er klaar voor is om zoals in Duitsland te koelen en SWW te produceren via de warmtepomp, maar het verouderde elektriciteitsnet niet.”
Koeling = extra energieverbruik?
Koeling wordt vooral gezien als extra energieverbruik, maar minder geweten is dat ze ook groen kan zijn. Luc De Smet: “Koeling kan bijvoorbeeld via gebruik van de PV-panelen groen zijn. Groene koeling in niet-residentiële projecten kan ook door recuperatie van de warmte die weggetrokken wordt in bijvoorbeeld een koeltoonbank. Dit komt neer op het uitwisselen van warmte tussen twee zones waarvan de ene met oververhitting te maken heeft en de andere met koeling. We kunnen zo uren verdergaan over recuperatiemogelijkheden. Jammer genoeg wordt de koeling voor nieuwbouw in de EPB niet correct ingeschat, noch voor actieve noch voor passieve koeling.” Erik Waumans voegt eraan toe dat ook hier de wetgeving belemmerend werkt: “Op technologisch vlak is alles bedacht. Wij beschikken over een nieuw product dat in staat is om maximaal te recupereren, maar het vindt geen plaats in de wetgeving en staat dus in de wachtrij.” Wim Boydens merkt op dat het vooral de complexiteit is die speelt en hoe die in een wetgevend kader te krijgen. Universiteiten en studiebureaus zijn momenteel bezig met het ontwikkelen van een goede methodiek. Dit vraagt ook steun van de sector, eindgebruikers en diverse platformen. We moeten het einddoel vertalen naar onze regio, op lange termijn, en ons de vraag stellen welk pad we nemen. De realiteit of de erfenis van vandaag is echter telkens opnieuw een blok aan ons been.”
Hoe wordt de warmtepomp gevaloriseerd in EPB?
Hernieuwbare energie wordt verplicht in de EPB-regelgeving (EnergiePrestatie en Binnenklimaat). Het E-peil halen, dat vanaf volgend jaar voor nieuwbouw E40 wordt, zal zo goed als onmogelijk zijn zonder hernieuwbare energie. In de aangepaste berekeningswijze vanaf 1 januari 2018 worden warmtepompen en zonneboilers belangrijker. Luc De Smet: “De warmtepomp is momenteel, in vergelijking met de fossiele brandstoffen, onvoldoende gevaloriseerd. PV-panelen krijgen nog altijd te veel voordelen ten opzichte van warmtepompen. De overheid zal fossiele brandstoffen op een gegeven moment moeten durven weren in nieuwbouw om de doelstelling van 2050 te halen.” Wim Boydens besluit met een belangrijke opmerking naar wie momenteel bouwt: “Het is binnen dat kader belangrijk dat de gebouwen die nu gezet worden ‘warmtepompready’ zijn.”
Door Tilly Baekelandt
Aanbevelingen voor de overheid
• De sector ervaart veel onregelmatigheden in de EPB-regelgeving, waardoor die moeilijk werkbaar is. Er wordt aan het EPB-consortium meer openheid gevraagd naar de sector toe.
• Oproep aan VEA (Vlaams Energieagentschap) om een loket te creëren waarbinnen nieuwe technologieën op een open, snellere manier ontvangen en besproken worden.
• Waar wachten we op om de primaire energiefactor van 2,5 voor elektriciteit naar 2 te verlagen, zoals door Europa beslist?
• De kosten van hernieuwbare energie laten meebetalen door de verbruikers van fossiele brandstoffen.
• Hernieuwbare energieën promoten en zo arbeidsplaatsen creëren.
• Het elektriciteitsnet in België moderniseren opdat het klaar is om de nieuwe technologieën optimaal te implementeren.
“Om de doelstelling van 2050 te halen is het belangrijk dat de gebouwen die nu gezet worden ‘warmtepompready’ zijn.”
We beschikken over vooruitstrevende producten die we in België niet lanceren omdat ze binnen het EPB-kader onverkoopbaar zijn.”
“Overheid, durf het risico nemen en geef de hernieuwbare sector een kans. Laat de technologie ervoor zorgen dat de doelstellingen gehaald worden en de eindgebruiker er ook beter van wordt.”
“De keuze voor een bepaald type warmtepomp hangt af van het soort project en de eisen van de gebruiker. Er is voor elke warmtepomp een plaats op de markt.”



















