WARMTEPOMPEN
Install Magazine 1004 – september 2025
Impact van warmtepompen op netbelasting
Analyse van Nederlandse meetresultaten
De toenemende elektrificatie zal een impact hebben op het elektriciteitsnet. Bij onze Noorderburen, waar de omslag al sterker is ingezet, laat die impact zich nu al voelen. Netcongestie is er op vele plaatsen een acuut probleem. Bij het uitstippelen van het beleid zijn er al heel wat simulaties en berekeningen gemaakt, maar de ultieme test blijft de realiteit. Daarom werd in Nederland het project Installatiemonitor opgezet, waarbij de data van slimme meters in woningen met warmtepompen werden geanalyseerd. Ondertussen zijn al meer dan 6000 woningeigenaren aangesloten bij het project, dat gecoördineerd wordt door adviesbureau BDH. Recent verscheen een rapport over de impact van warmtepompen op netcongestie. Gezien we in België voor dezelfde uitdagingen staan, is het interessant om te kijken naar de Nederlandse ervaring. De analyse slaat op de periode september 2023 tot september 2024 voor ongeveer 4.200 woningen met een hybride installatie en 1.500 woningen met een all-electric verwarming.
Blik in de toekomst
Een eerste opmerking is dat de woningen in de studie niet representatief zijn voor het Nederlandse woningbestand. Zo zijn ze allemaal uitgerust met een warmtepomp, wat niet het geval is voor de gemiddelde Nederlandse woning. Bovendien zijn zonnepanelen en elektrische voertuigen oververtegenwoordigd. Dat maakt het staal echter bijzonder interessant om het toekomstige beleid op te baseren. Deze groep loopt namelijk voor op de algemene energietransitie. Aan de hand van deze praktijkgegevens kunnen we dus inschatten hoe het energielandschap er de komende jaren uit zal zien.
Verliesoppervlak als doorslaggevende factor
Een opvallende vaststelling is dat het totale verwarmde oppervlakte de belangrijkste factor is die het verbruik bepaalt. Bouwjaar en type van de woning hebben minder invloed. Waarschijnlijk werden de woningen wel gerenoveerd voor er een warmtepomp werd geplaatst. Verder neemt het totale opgenomen vermogen van de warmtepompen sterker toe naarmate de buitentemperatuur kouder wordt. Bij hybride installaties topt het piekvermogen echter af omdat de ketel overneemt bij lage temperaturen. In functie van de regeling kan de warmtepomp dan zelfs helemaal worden uitgeschakeld. Daarom is er bij woningen met hybride installaties weinig verschil in opgenomen elektrisch vermogen van de warmtepomp bij buitentemperaturen van +3°C en -1°C, terwijl dit sterker stijgt bij all-electric woningen.
Impact van andere systemen
Ook in de terugleverpieken, dus de elektriciteit van zonnepanelen die op het net gezet wordt, speelt de grootte van de woningen een grote rol. Hoe groter de woning, hoe meer plaats er is voor zonnepanelen. Eigenaars zijn geneigd die ruimte te benutten, zeker als ze van plan zijn om een warmtepomp en/of een laadpaal te plaatsen.
Vergeleken met de terugleverpieken zijn de verbruikspieken minder uitgesproken. Er is immers een grotere spreiding in het gebruik van toestellen en comfortbehoefte enerzijds, en de zonne-instraling anderzijds. Als we alle verbruikspieken van de woningen samentellen, dan ligt het totaal duidelijk onder de maximale verbruikspiek die effectief gemeten is.
De grootste invloed op de verbruikspiek is de aanwezigheid van een laadpaal. In de monitoring werden pieken tot 17,5 kW opgetekend. In vergelijking: het maximale verbruik van een warmtepomp voor een woning van 250 m2 gaat van 2,3 kW (hybride) tot 3,5 (all-electric). In dat laatste geval gaat men er wel van uit dat er geen elektrische bijverwarming wordt ingeschakeld. In een scenario van een koude winter, wanneer er wel gebruik wordt gemaakt van een elektrische weerstand, stijgt het maximale verbruik van de all-electric warmtepomp tot 2,2 kW voor een kleine woning en 4,2 kW voor de grootste. Een elektrisch voertuig opladen gaat doorgaans met vermogens van 6 kW (monofasig) tot 11 kW (driefasig). Vanuit het oogpunt van netcongestie is ingrijpen op het laadproces dus effectiever dan ingrijpen op de warmtepomp.
Verbruik en benuttingsgraad
In de praktijk is er een groot verschil tussen de benuttingsgraad van de warmtepomp in hybride installaties.
- 17% van de warmtepompen draait nooit op maximaal vermogen en schakelt af zodra de buitentemperatuur onder 5°C daalt. Deze toestellen zijn duidelijk overgedimensioneerd voor het gebruik dat ervan gemaakt wordt. De regeling zorgt er bovendien voor dat ze nooit hun maximaal vermogen kunnen bereiken.
- 25% haalt een redelijk vermogen, maar schakelt eveneens af onder 5°C
- 58% bleef draaien ook bij de koudst gemeten temperatuur (-4°C). De onderzoekers vermoeden dat een vijfde van deze groep meer vermogen zou vragen als de buitentemperatuur nog verder zou dalen.
Dit bewijst eens te meer dat het moeilijk is om algemene uitspraken te doen over hybride installaties in de praktijk. Aspecten zoals dimensionering en regeling spelen een belangrijke rol in de uiteindelijke benuttingsgraad.
Invloed op het net
Uit de meetgegevens blijkt dat warmtepompen wel degelijk een extra belasting op het net vertegenwoordigen. Hoe groot die belasting is, hangt voornamelijk af van het verliesoppervlak van de woning en van de buitentemperatuur. Dat zijn wel twee parameters die moeilijk te beïnvloeden zijn door renovatie en/of beleid. De belasting bij lage temperaturen kan worden afgetopt met hybride installaties, omdat de ketel dan bijspringt. Dat heeft zijn belang want het effect van lage temperaturen op de totale belasting is dubbel: hoe kouder het is, hoe meer woningen de verwarming zullen aanzetten, dat is evident. In een all-electric scenario zullen warmtepompen bovendien een elektrische bijverwarming inschakelen, wat voor een extra belasting zorgt.
Dat alles moet men echter in een ruimer kader zien. De impact van een laadpaal is namelijk veel groter dan die van een warmtepomp, ook in een all-electric installatie. Een efficiënte sturing van laadpalen is dus een eerste voorwaarde om congestie te vermijden.
Door Alex Baumans
Grafieken: BDH
bdh-advies.nl/netimpact-woningen-met-warmtepompen/










