EVENEMENTEN
Install Magazine 999 – september 2024
De uitdagingen van het gebouwenbestand
15de Energiecongres van Embuild
Het eerste Vlaamse Energiecongres werd georganiseerd om de bouwsector bij te staan bij de invoering van het E-peil. Dat initiatief is een groot succes gebleken: in nieuwbouw is energiezuinig bouwen nu de standaard. Ondertussen zijn ook de klimaatambities gestegen: we mikken op een volledig koolstofneutraal gebouwenbestand tegen 2050. Hoever we daarmee staan en hoe we daar kunnen raken, werd besproken op het vijftiende energiecongres, dat ondertussen zijn vaste stek heeft gevonden in Lamot in Mechelen.
Dubbele uitdaging voor de bouwsector
Bij de opening van het congres was er meteen een opvallende nieuwigheid. Het was namelijk niet Marc Dillen die een stand van zaken van Vlaamse bouwsector gaf, maar wel Carolien Deiteren die hem opvolgt als directeur-generaal van Embuild Vlaanderen. Ze benadrukte dat de bouwsector voor een dubbele uitdaging staat. Niet alleen moet het hele gebouwenbestand aangepakt worden, iets wat alleen maar kan lukken als gebouwen systematisch worden gerenoveerd bij een overdracht van eigendom. Tegelijk moet het bouwproces zelf ook koolstofneutraal verlopen. Dat vergt heel wat innovatie op de werf. Er zijn echter al veel oplossingen voorhanden. Embuild Vlaanderen pleit er wel voor dat deze nieuwe technieken aan een haalbaar tempo worden ingevoerd. Anders leidt dat tot te hoge bouwkosten, en wordt de maatregel contraproductief. De renovatieverplichting lijkt in haar opzet te slagen. Het aandeel van woningen met een slecht energielabel daalt gestaag, terwijl de maatregel niet echt kostenverhogend werkt. Kopers houden namelijk rekening met het te verwachten renovatiebudget als ze een bod uitbrengen.
De prestaties van het gebouwenbestand
Uit de cijfers van Veka onthouden we dat vooral de uitstoot van woningen gedaald is. Tussen 2005 en 2021 zijn de emissies met 26% gedaald, terwijl het aantal gezinnen met 14% is gestegen. De winst is niet alleen te danken aan een lager energieverbruik; de overschakeling van stookolie op gas heeft eveneens meegespeeld. Stookolie blijft belangrijk in de energiemix in Vlaanderen: 41% van het woningbestand verwarmt op stookolie. Dat zal dalen naarmate de mogelijkheden voor ketelvervanging beperkter worden.
Voor de niet-residentiële gebouwen is de toestand minder rooskleurig. Er is nauwelijks een daling van de uitstoot in reële termen. Bewegingen in de uitstoot volgen de evolutie van de graaddagen: als er een daling optreedt, dan is dat omdat er dat stookseizoen gewoon minder verwarming nodig was. Er worden wel inspanningen gedaan voor meer energie-efficiëntie, maar de gerealiseerde winst wordt gecompenseerd door een stijging in de activiteit.
Aanpassen van de netten
Fluvius maakt werk van een uitgebreid investeringsplan om het elektriciteitsnet aan te passen aan de energietransitie. Men gaat daarbij uit van het no-regret principe: dat wil zeggen dat er investeringen gedaan worden die sowieso nodig zijn tegen de horizon 2050. Concreet betekent dit een aanpassing van 40% van de laagspanningskabels, 13% van de middenspanningskabels en 1/3 van de cabines. De investeringen in het gasnet zijn beperkt tot wat er nodig is om de zaak draaiende te houden. Wel voorziet Fluvius in een eerste periode nog een uitbreiding van het aantal aansluitingen op het bestaande net, door een verwachte overschakeling van stookolie op gas. Tevens wordt de overschakeling van arm naar rijk gas voltooid en wordt er werk gemaakt van de digitalisering. Er zijn ook proefprojecten voor groene gassen (biomethaan, waterstof en power-to-gas).
Collectieve aanpak
Een thema dat regelmatig terugkwam, waren de mogelijkheden van een grootschaligere aanpak. Het eerste woord dat dan valt is ‘warmtenet’, een techniek waar veel van verwacht wordt, zeker voor stadscentra en flatgebouwen. Men kan echter ook denken aan energiegemeenschappen of een renovatie-aanpak op wijkniveau om schaalvoordelen te realiseren. Hier ligt een taak voor stads- en gemeentebesturen om energiekaarten op wijkniveau op te stellen. Deze worden liefst geïntegreerd in een algemene visie waar ook, pakweg mobiliteit, groen en waterbeheer in zijn opgenomen. Dat leidt tot meer efficiëntie dan wanneer elke eigenaar op eigen houtje een individueel project uitwerkt, terwijl tegelijk de openbare ruimte kan worden opgewaardeerd.
Bij collectieve systemen hoort ook de problematiek van flatgebouwen. Hoewel Vlaanderen aanzienlijk meer appartementen telt dan pakweg woningen in halfopen bebouwing, blijven flatgebouwen een blinde vlek in het beleid. De wetgeving is afgestemd op een eigenaar die plaats heeft voor een laadpaal en zonnepanelen, en die volledig zelfstandig investeringsbeslissingen kan nemen. De situatie en dynamiek van een VME is echter totaal anders. Er zijn aanzetten dat het beleid deze realiteit erkent, maar op het terrein blijft de situatie erg complex.
Ontzorging
Hiermee is een tweede terugkerend thema van het congres gevallen: de complexiteit van de energietransitie. Het energielandschap is er niet eenvoudiger op geworden en zelfs voor een publiek van een specialisten is het niet altijd evident om bij te blijven. Voor de eindklant, die zich doorgaans niet met deze dingen bezighoudt, is de toestand ronduit onbegrijpelijk. Daarom moet men volop inzetten op ontzorging. Tot nu toe is het aanmoedigingsbeleid voornamelijk financieel geweest. Met voldoende premies en voordelen zou alles wel vanzelf lopen, was de redenering. Die aanpak schiet tekort. Financiële ondersteuning is wel een noodzakelijke voorwaarde, maar geen voldoende. Zeker voor complexere projecten moet er een ‘renovatieregisseur’ komen die alles in goede banen leidt. Wie die rol concreet moet opnemen en hoe dat vertaald wordt in een business case, blijft voorlopig een open vraag. Misschien levert het volgende energiecongres een antwoord.
De algemene sfeer was echter optimistisch. Er beweegt heel wat in de bouwsector. Projecten en technieken die een paar edities geleden nog in een beginstadium stonden, worden volop uitgerold. Het gaat misschien niet altijd even snel als men zou willen, maar de bouwsector is overtuigd van de noodzaak van de energietransitie, en zet er zijn schouders onder om dit te bereiken.
Door Alex Baumans










