VERWARMING  
Install Magazine 999 – september 2024

Verwarming decarboniseren met hernieuwbare brandstoffen

Studie van BtecCH toont haalbaarheid aan

Op de weg naar koolstofneutrale gebouwen vormt de modernisering van het gebouwenbestand de voornaamste uitdaging. Met de huidige standaarden voor nieuwbouw voldoet men al aan de toekomstige eisen. Het aantal nieuwe woningen is echter beperkt. Wil men de uitstoot snel reduceren, dan moeten de bestaande gebouwen aangepakt worden. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een interessante optie is om het probleem bij de bron aan te pakken, meer bepaald ingrijpen op de brandstof. Als die koolstofneutraal is, kan men de uitstoot in één klap verminderen, zonder dat er verdere acties nodig zijn. Uit een studie van kenniscentrum BtecCH blijkt dat zoiets haalbaar is.

Hernieuwbare brandstoffen

Bij de modernisering van het bestaande gebouwenpark bestaat een van de grote uitdagingen erin om dat op een sociaal en technisch haalbare manier te doen. Er zijn wel tal van oplossingen voorhanden, maar zeker in stadcentra met een grote concentratie van oudere woningen, is het niet evident om die ook praktisch door te voeren. Niet iedereen heeft het budget of de gelegenheid om zomaar over te gaan tot een ingrijpende renovatie. Ook zijn er situaties waar het moeilijk wordt om op warmtepompen over te schakelen, denken we maar aan oudere flatgebouwen met individuele gaswandketels. Door gebruikt te maken van koolstofneutrale brandstof, kan men al deze problemen vermijden. Hernieuwbare brandstoffen hebben immers dezelfde verbrandingstechnische eigenschappen als fossiele brandstoffen. Daardoor hoeft de installatie niet veranderd te worden, en beter nog, hoeven de installateurs zich ook niet om te scholen. Een belangrijk knelpunt in de energietransitie valt daardoor weg. Zo kan men snel de uitstoot aanzienlijk laten dalen.

Vooral voor oudere woningen is dat interessant. Ongeveer een derde van woningen in België dateert van voor de Tweede Wereldoorlog en is dus op energetisch vlak totaal verouderd. Dergelijke woningen moderniseren, brengt echter heel wat kosten met zich mee. In Vlaanderen is er een renovatieverplichting voor de slechtst scorende woningen. Die maatregel werpt wel zijn vruchten af, maar dat gaat aan een langzaam tempo, en geldt sowieso alleen maar voor een deel van het land. Overschakelen op hernieuwbare brandstof heeft een sneller en veel grootschaliger effect.

Fossiele brandstoffen vervangen door hernieuwbare, is dus zeker een interessante denkpiste, maar is het ook mogelijk in de praktijk? Kenniscentrum BtecCH nam de proef op de som. Deze vereniging kwam voort uit het vroegere Cedicol, dat nog altijd als merknaam wordt gevoerd door BtecCH voor de opleidingen vloeibare brandstoffen. Het houdt zich bezig met studies in verband met klimaat- en energieproblematiek, rekening houdend met gebruikerscomfort in gebouwen.

Hernieuwbare brandstoffen zijn er in verschillende vormen, zowel vloeibaar als gasvormig. Meest bekend zijn biodiesel en biomethaan, maar er zijn nog andere vormen van BtL (biomass to liquid) op basis van afval en andere grondstoffen die niet in concurrentie zijn met de voedselvoorziening. Ook voor propaan zijn er hernieuwbaren zoals biopropaan of rDME, waarbij huishoudelijk afval als grondstof wordt gebruikt. Uitgaande van een gemiddeld verbruik van 2000 liter per woning, stelt BtecCH dat er voldoende hernieuwbare brandstof beschikbaar is om de verwarmingsbehoeften van het slechtst scorende deel van het gebouwenpark te dekken. Zo heeft Zweden een aanzienlijk overschot aan HVO. Bovendien worden biogebaseerde brandstoffen voornamelijk in Europa geproduceerd, wat goed is voor de economie en de bevoorradingszekerheid.

Het prijskaartje

Men kan zich dan afvragen waarom dergelijke brandstoffen dan nog niet massaal worden toegepast. Het antwoord is erg eenvoudig: ze zijn een stuk duurder dan de gangbare fossiele brandstoffen. BtecCH gaat uit van een meerprijs van maximum 20%. Dat is uiteraard een drempel, maar geen onoverkomelijk obstakel. Bovendien wordt de brandstofprijs sterk bepaald wordt de fiscaliteit en heffingen allerhande. De overheid kan hier een rol in spelen, temeer omdat CO2 uitstoten ook niet gratis is. Zolang men fossiele brandstoffen wil blijven gebruiken, moeten er uitstootrechten worden aangekocht. De prijs daarvan zal alleen meer stijgen en komt uiteindelijk ook op het overheidsbudget terecht. Vanuit dat oogpunt is het zinniger om te investeren in hernieuwbare brandstoffen: men vermijdt de kosten van uitstootrechten en men verlaagt tegelijk de uitstoot van broeikasgassen. Zelfs uitgaande van een mogelijk lagere prijs per ton CO2-equivalent, komt BtecCH nog op een mogelijke besparing van ruim 260 miljoen euro in 2025 voor de drie gewesten samen. Gerekend over vijf jaar kan dat zelfs oplopen tot meer dan drie miljard.

Om deze overschakeling te doen slagen, benadrukt BtecCH wel dat er dan een snelle stop van fossiele brandstoffen nodig is. Gezien het prijsverschil kan men beide types niet naast elkaar laten bestaan en de markt laten spelen. Het beleid moet een positieve keuze voor koolstofneutrale brandstof maken. Uiteraard sluit dat ook verdere energiebesparende maatregelen niet uit, zoals een betere isolatie en overschakelen op warmtepompen, al dan niet in een hybride opstelling.

Netbeheerders als facilitatoren

Verder pleit BtecCH ervoor dat de netbeheerders een actieve rol zouden spelen in de energietransitie. Op dit ogenblik beperkt hun tussenkomst zich voornamelijk tot adviseren en het verstrekken van premies. Bij een energetische renovatie wordt de eindklant echter geconfronteerd met complexe technische vraagstukken, om van de administratieve afhandeling maar te zwijgen. De distributienetbeheerder zou een groot deel, zoniet het geheel, van het project op zich kunnen nemen. Afgaande op het huidige verbruik kan die dan een gepersonaliseerd voorstel uitwerken, met realistische terugverdientijden. De netbeheerder kan de klant ook bijstaan met financiële ondersteuning en helpen bij de keuze van een vakman om het project uit te voeren. Er zijn formules denkbaar waarbij de netbeheerder optreedt als een Esco en de hele afwikkeling van het project op zich neemt. Hoe gemakkelijker het is voor de consument, hoe sneller hij voor decarbonisering en modernisering zal kiezen.

Tegelijk werkt de netbeheerder ook aan een beter evenwicht in het netwerk, wat een impact zal hebben op toekomstige investeringen en bevoorradingszekerheid.

Met deze studie wil BtecCH de aanzet geven tot een actiever beleid om het woningbestand te decarboniseren. Er zijn ingrepen mogelijk die een groot onmiddellijk effect hebben en die ook economisch haalbaar zijn. Het komt erop aan dat de verschillende overheden een keuze maken voor snelle oplossingen voor bestaande woningen. BtecCH heeft daarvoor een compact en helder dossier samengesteld, dat aan de verschillende beleidsniveaus en geïnteresseerden bezorgd zal worden.

Door Alex Baumans

www.btecch.be