WETGEVING  
Install Magazine 998 – mei 2024

Minimumprogramma voor onderhoud van HVAC-systemen in Brussel

Nieuwe reglementering 2023

Vorige maand organiseerde Atic, de vereniging van HVAC-technici samen met Leefmilieu Brussel een webinar over het minimumprogramma voor onderhoud van HVAC-systemen in het Brussels Gewest. Deze gedetailleerde presentatie was bijzonder nuttig, nu zowel de handleiding voor het onderhoud als de opleiding tot EPB-onderhoudscoördinator vorm krijgen. De vernieuwde reglementering slaat nu niet alleen op airconditioningsinstallaties (ministerieel besluit van 2014) maar ook op verwarmingsinstallaties type 2 (ministerieel besluit van 2023). Er wordt een hele reeks handelingen voor onderhoud en controle in beschreven. In dit artikel gaan we er dieper op in.

Het webinar werd ingeleid en gemodereerd door Atic-voorzitter Joris Mampaey. Christophe Danlois en Nicola Breuls van Leefmilieu Brussel stelden de versie 2023 voor van het minimumprogramma voor onderhoud van HVAC systemen in het Brussels Gewest. Hoewel ze heel wat informatie gaven, konden ze niet op alle details ingaan.

De wettelijke basis

Deze reglementering is enerzijds gebaseerd op de Europese EPB-richtlijn en anderzijds op de Belgische reglementering (federaal en regionaal) rond technische installaties. Het eerste voorziet in een “regelmatig onderhoud en inspectie van toegankelijke onderdelen van verwarmings-, ventilatie- en klimaatregelingssystemen door gekwalificeerd personeel,” terwijl de tweede een onderscheid maakt tussen kleine en grote installaties, weliswaar met een gemeenschappelijke basis. Het toepassingsgebied van de EPB-reglementen op technische installaties omvat verwarmingsinstallaties (gas- en stookolieketels, wellicht binnenkort ook ketels op vaste brandstof, en niet-omkeerbare warmtepompen met een verwarmingsvermogen van meer dan 12 kW), gasgestookte warmwatertoestellen, airconditioningsinstallaties met een koelvermogen van meer dan 12 kW en luchtbehandelingskasten.

Het minimumprogramma voor onderhoud werd gepubliceerd in twee ministeriële besluiten: een voor klimaatregelingsystemen, gepubliceerd op 21/03/2014 en een uitbreiding naar verwarmingssystemen type 2, gepubliceerd op 10/04/2023. Vooral deze laatste is voor ons van interesse. Het besluit van 2014 sloeg op luchtbehandelingskasten met een koelbatterij en ventilatiekanalen, koelinstallaties (inclusief omkeerbare warmtepompen), eindunits (ook vloerkoeling), accessoires voor watervoerende systemen en de regeling. Sinds 2023 zijn daar een aantal categorieën bijgekomen, zoals elektrische verwarmingsbatterijen in luchtbehandelingskasten, ketels en branders, niet-omkeerbare warmtepompen, verwarmingslichamen (radiatoren, convectoren), SWW-toestellen en andere specifieke toebehoren voor verwarmingsinstallaties.

Waarom dit besluit ?

Dit besluit kwam er op vraag van de sector. Vele HVAC-installaties worden uiteraard correct onderhouden, maar dat geldt niet voor alle. Er moest dus een wettelijke basis komen om de situatie te verbeteren door minimumeisen op te leggen. Zo kwam men tot het minimumprogramma voor onderhoud. Het regelt voornamelijk preventief en correctief onderhoud. Preventief onderhoud heeft tot doel om de slechte werking van een component te voorkomen, terwijl correctief onderhoudt dient om een gebrek te herstellen. Zonder al te diep in detail te gaan, vermelden we dat de norm EN 13306 nog andere types van onderhoud bepaalt: systematisch, voorwaardelijk, curatief en palliatief.


Dit minimumprogramma voor onderhoud wil niet zeggen dat er geen meer doorgedreven of uitgebreid onderhoud mogelijk zou zijn. Het staat de gebruiker vrij om bijkomende acties te ondernemen, zoals voorspellend onderhoud, trillingsanalyse, thermografische of ultrasone analyse…. De onderhoudsintervallen mogen ook korter gekozen worden dan wat in de frequentietabel wordt aangegeven.

De toevoegingen van 2023

De versie 2023 van het besluit bevat een hele reeks modificaties en toevoegingen. Daarop allemaal ingaan, zou ons te ver leiden.

Een groot deel van deze toevoegingen slaat op ketels, meer bepaald de toevoer van vloeibare brandstof, branders, de verbrandingskamer, het neutralisatiesysteem voor condensaat, de thermische isolatie, de toevoer van verbrandingslucht en de rookgasafvoer. Alle controle- en inspectiehandelingen worden hier beschreven.

Andere installaties die nu onder het besluit vallen, zijn SWW-toestellen, luchtbehandelingskasten (gecombineerde ventilatiesystemen), koelinstallaties, warmtepompen, verwarmingslichamen, kleppen, koude- en warmte-opslag, tellers….

Referentiedocumenten

Er staan twee referentiedocumenten vermeld in het besluit. Het eerste is de tabel met onderhoudsfrequenties. Deze omschrijft telkens de minimale acties die moeten ondernomen worden op de verschillende componenten, de onderhoudsintervallen en bijkomende info, zoals verwijzingen naar andere wetgeving. Het tweede document is de handleiding bij het onderhoudsprogramma. Voor elke actie die beschreven wordt in de tabel, geeft de handleiding het doel van deze actie (besparing, comfort, hygiëne, goede werking, veiligheid…), de concrete handelingen maar ook de richtwaarden, aanbevelingen, corrigerende maatregelen…. Deze handleiding wordt nog uitgewerkt.

Dit minimumprogramma is gebaseerd op de onderhoudsvoorschriften van fabrikanten, codes van goede praktijk, normen en onderhoudsreglementen.

Wie is verantwoordelijk?

De eigenaar, vergunninghouder of indiener moet het programma toepassen en het logboek bijhouden. Hij moet een beroep doen op een EPB-onderhoudscoördinator. Dit is een persoon die een erkende opleiding gevolgd heeft over het minimumprogramma voor onderhoud en het logboek. Deze coördinator moet controleren dat het programma wordt toegepast en de onderhoudsverslagen aan het logboek toevoegen. Agenten van Leefmilieu Brussel zullen steekproeven uitvoeren om te zien of de reglementen worden nageleefd. Om dat alles gemakkelijker te maken, zullen er ook digitale tools ter beschikking zijn.

www.atic.be

https://leefmilieu.brussels

Door Michel Hanoulle

De versie 2023 van het ministerieel besluit slaat voornamelijk op ketels.