EVENEMENTEN  
Install Magazine 992 – september 2023

De weg naar een koolstofneutraal gebouwenbestand

Veertiende Energiecongres van Embuild Vlaanderen en Flux50

Bij het vorige Energiecongres was een van de conclusies dat men aan het eind van de dag nog lang niet was uitgepraat over de uitdagingen van de energietransitie in gebouwen. Toeval of niet, maar voor de editie van dit jaar was er een hele dag voorzien. De traditionele organisator Embuild Vlaanderen werd nu bijgestaan door Flux 50, de organisatie die Vlaanderen op de kaart moet zetten als slimme energieregio. Sprekers vanuit diverse hoeken gingen in op uitdagingen en oplossingen op de weg naar koolstofneutrale gebouwen.

Halfvol of halfleeg?

Het goede nieuws is dat er wel degelijk vooruitgang geboekt wordt wat de energieprestatie van het gebouwenbestand betreft. In 2022 had een kleine 7% van de woningen in Vlaanderen het energielabel A, wat de einddoel is voor 2050. Dat is ruim 1% meer dan in 2021. Zowel de ingrijpende energetische renovatie als de sloop en heropbouw zitten in de lift. Dat laatste heeft zelfs een dubbel positief effect. Gesloopte woningen worden soms vervangen door gestapelde bouw: voor een gesloopte woning komt er gemiddeld 1,4 wooneenheid in de plaats. Zo gaat het gebouwenbestand er niet alleen kwalitatief op vooruit, maar ook kwantitatief. Een andere positieve vaststelling is dat de nieuwbouw zeer energiezuinig is: waar men in 2020 E30 als norm had vooropgesteld is het werkelijke gemiddelde E-peil een stuk lager, namelijk E14.

Ook de uitstoot van de woningen is met 26% gedaald tussen 2005 en 2021, als gevolg van meer energiezuinige woningen en van de ‘fuel switch’ waarbij overgeschakeld werd van stookolie op aardgas. Deze daling kwam er ondanks een toename van het aantal gezinnen met 14% in dezelfde periode, dus het gemiddeld verbruik is nog sterker gedaald.

Daar staat wel tegenover dat alles zeer traag gaat. Zoals gezegd, stijgt het aantal energiezuinige woningen wel met ruim 1% per jaar, maar om de doelstellingen tegen 2050 te halen, zou dat 3,3% moeten zijn. Er zouden 84.000 à 100.000 renovaties per jaar nodig zijn, een cijfer waar we lang niet aan zitten. Bovendien stijgt de achterstand jaar na jaar, waardoor er een nog grotere versnelling nodig zal zijn om dat nog goed te maken. Om deze inhaalbeweging te maken, moeten er twee dingen gebeuren. Ten eerste moeten de nodige budgetten gemobiliseerd worden om die renovaties uit te voeren, en ten tweede moet de capaciteit van de bouwsector omhoog.

Capaciteit van de bouwsector blijft achter

Volgens gegevens van Embuild staan er 14.000 vacatures in de bouwsector open. Zolang die niet ingevuld raken, kan de sector amper voldoen aan de huidige opdrachten, laat staan het tempo verdrievoudigen zoals de doelstellingen vereisen. Embuild pleit voor een herwaardering van het bouwonderwijs op alle niveaus, van BSO tot en met universitaire opleidingen. De organisatie heeft ook een brede waaier aan activiteiten gestart om jongeren aan te trekken, zoals campagnes op sociale media, initiatieven om leerlingen laten kennismaken met de realiteit van het beroep, en ondersteuning van innoverende opleidingen.

Marc Dillen van Embuild Vlaanderen plaatste er wel de kanttekening bij dat het niet de bedoeling mag zijn om halsoverkop zomaar om het even wie in de bouwsector te werk te stellen. Kwaliteit van uitvoering is meer dan ooit gevraagd, en dat vergt vakkennis en betrouwbaarheid. Vanuit dat oogpunt pleit hij voor een herinvoering van de vestigingswet, om de eindklant een betere bescherming te bieden.

Meer mensen alleen is niet voldoende, ook het rendement van de sector moet beter. Door digitalisering kan de planning efficiënter worden en kan men ook gebruik maken van schaalvoordelen. Een aanpak op wijkniveau van renovatie kan efficiëntiewinst opleveren. Zo kunnen bouwfirma’s hun middelen beter inzetten, wat leidt tot een snellere uitvoering en lagere kosten. Innovatie wordt de sleutel tot een meer performante bouwsector.

Krachtlijnen van het beleid

Het Vlaamse beleid heeft de uitstap uit fossiele brandstoffen ingezet. Zo moeten bestaande stookolieketels waar mogelijk vervangen worden door gas, en is er een verbod op nieuwe aardgasaansluitingen in projecten. In 2025 wordt dat verbod algemeen. Tegelijk worden de eisen voor het gebruik van hernieuwbare energie in nieuwbouw en ingrijpende renovatie aangescherpt. Ten slotte wordt er dit jaar een eis voor lage-temperatuurverwarming opgenomen in de EPB-regels, zodat alle nieuwe woningen geschikt zullen zijn voor de overstap op hernieuwbare energie.

Wat het gebouwenbestand betreft, vervult het EPC zijn rol als instrument voor sensibilisering. De recente energiecrisis heeft het belang van een goede EPC-score in verkoop en verhuur vergroot. Het werkingsgebied van het systeem is nu uitgebreid, met de invoering van een EPC voor niet-woongebouwen en voor de gemene delen voor appartementen. Een ander concreet instrument is de renovatieverplichting, om de slechtst scorende gebouwen aan te pakken. Deze verplichting zal systematisch worden aangescherpt om te eindigen met een A-label in 2050. Gecombineerd met de hogere rentevoeten voor hypothecaire leningen, zorgt deze verplichting voor enige onzekerheid op de markt. Het is echter de verwachting dat de prijsniveaus zich zullen aanpassen in functie van de nieuwe omstandigheden. Tenslotte denkt VEKA ook aan het invoeren van minimale EPC-eisen in de Codex Wonen, die dan zouden gelden voor alle bestaande woningen.

Wat met de netwerken?

De verwachte elektrificatie van verwarming en vervoer heeft uiteraard ook invloed op de uitbouw van het elektriciteits- en gasnet. Fluvius heeft daarvoor investeringsplannen uitgewerkt met een horizon van 10 jaar in plaats van de voorgaande drie jaar. Men gaat daarbij uit van een ‘no regret’ plan van aanpassingen die sowieso nodig zullen zijn in het kader van de energietransitie: 40% van de laagspanningskabels en 21% van de huisaansluitingen worden versterkt, net als 13% van de middenspanningskabels en een derde van de cabines. Daarnaast zet men sterk in op digitalisering, om zo de nodige flexibiliteit te kunnen bieden. In de energietransitie zijn er immers nog heel wat onbekenden. Zo zal het aantal elektrische voertuigen in de komende jaren sterk groeien, maar het blijft nog onzeker waar die er zullen komen, en hoe de gebruikspatronen zullen evolueren. Zullen de eigenaars massaal kiezen voor openbare laadpalen, of liever een eigen gebruiken? Dergelijke overwegingen hebben hun impact op de aanleg van netwerken. Het investeringsplan is dan ook een work in progress: Fluvius is al volop bezig aan een nieuwe versie, op basis van de feedback van vorig jaar.

Kortom, of het nu gaat om de sector, het beleid of de nutsinfrastructuur, er is heel wat in beweging gezet. Of dat zal volstaan om de doelstellingen te halen, blijft nog een open vraag. Alles wijst erop dat een sterke versnelling nodig zal zijn. Maar zoals Marc Dillen het in de openingstoespraak uitdrukt, we hebben nog 26 Energiecongressen te gaan.

Door Alex Baumans

Foto’s: Flux50

www.embuildvlaanderen.be

www.flux50.com