EVENEMENTEN
Install Magazine 990 – april 2023
De ISH van de energietransitie
Duurzaamheid centraal thema op vakbeurs in Frankfurt
Na vier jaar – met een digitale editie in 2021 wegens corona – liepen de beurshallen in Frankfurt weer vol voor het grootste evenement op de kalender van de installatiesector. Blijkbaar zaten vele mensen hier op te wachten, want al van bij de start was het druk en ook in de volgende dagen bleven de bezoekers toestromen. Ook uit België kwamen er heel wat professionals naar de beurs afgezakt. De exposanten waren in elk geval tevreden over de opkomst.
Een uitgedunde beurs
Nochtans heerste er heel wat onzekerheid in de aanloop naar de beurs. Heel wat exposanten uit de sanitairsector lieten verstek gaan, en ook in de verwarming ontbraken er enkele klinkende namen. Het was duidelijk te zien dat het aanbod was uitgedund: enkele hallen waren niet in gebruik en anderen waren maar gedeeltelijk gevuld. De afwezigen hadden echter ongelijk. Zelfs met een aantal exposanten minder, bleef ISH Frankfurt een enorm evenement dat het bezoeken meer dan waard was. Deze editie telde uiteindelijk 2.025 exposanten uit 54 landen, en bleef daarmee het belangrijkste evenement uit de branche. Met een opkomst van 154.000 bezoekers, waarvan 44% van buiten Duitsland, scoorde de beurs wel duidelijk onder de editie van 2019. Omdat de beurs ook compacter was, was daar in de gangen weinig van te merken: bij momenten was het moeilijk om vooruit te raken. Zowel de organisatie als de exposanten toonden zich tevreden over het resultaat.
Duurzaamheid voorop
Duurzaamheid was duidelijk het motto van de beurs. Dat uitte zich in tal van facetten. In de eerste plaats ging het over de energietransitie, met de warmtepomp in een glansrol. Maar de bedrijven steken ook de hand in eigen boezem, en doen inspanningen om hun eigen processen te vergroenen en de uitstoot te verminderen: gebruik van hernieuwbare energie, duurzame materialen, circulaire productiemethoden, het kwam er allemaal aan bod.
De keuze voor propaan
In de verwarmingshallen was de impact van de energiecrisis duidelijk te zien: warmtepompen waren alomtegenwoordig. Alle vooraanstaande leveranciers zetten er volop op in, of ze nu historisch uit de airconditioning dan wel de ketel- en brandertechniek komen. Daarnaast proberen een aantal kleinere spelers hun plaats op de markt te veroveren. Op het vlak van koelmiddelen lijkt het pleit beslecht. Waar er in 2019 nog grote onzekerheid heerste tussen behoud van R410A, overschakelen op laag-GWP koelmiddelen, dan wel op natuurlijke koelmiddelen, is er nu een duidelijke winnaar: het wordt propaan.
Daar zijn een aantal redenen voor. Om te beginnen heeft men een oplossing nodig voor bestaande woningen. Waar warmtepompen traditioneel een verhaal waren voor lage-temperatuurverwarming, dus nieuwbouw of ingrijpende renovatie, is er een heel segment van gebouwen met afgiftesystemen op hogere temperaturen, waarvan de eigenaars toch snel af willen van fossiele brandstoffen. Hoe hoger de afgiftetemperaturen van een warmtepomp zijn, hoe gemakkelijker deze overschakeling wordt. Hier heeft propaan een duidelijk voordeel.
Een tweede troef van propaan is de lage milieu-impact, met een GWP is amper 3 en geen andere schadelijke neveneffecten zoals verspreiding van PFAS of andere persistente chemicaliën. Omwille van het brand- en explosiegevaar zijn er natuurlijk voorzorgsmaatregelen nodig, zowel in de productie als de installatie van de toestellen, maar vanuit het oogpunt van de F-gassenverordening is propaan future proof. Voor een industrie die om de paar jaar is moeten overschakelen van het ene koelmiddel op het andere, is het dus een aantrekkelijke keuze om meteen te opteren voor een koelmiddel dat niet het risico loopt om na verloop van tijd weer verboden te worden.
De warmtepomp van de toekomst
Dat alles leidde de verschillende fabrikanten tot een opvallend gelijklopende conclusie. De residentiële warmtepomp van de toekomst is een monoblok propaan lucht-water toestel, met een vrij ruim bemeten omkasting in zwart of donkergrijs die laag genoeg is om onder een venster te passen. Omdat geluidshinder een belangrijke factor is, is het toestel voorzien van een geluidsarme ventilator, verborgen achter een designrooster. Slechts een handvol constructeurs weken af van deze formule.
Gezien het brandbaarheid van propaan ligt de keuze voor een monoblok voor de hand. Dit heeft ook het praktische voordeel dat er bij de installatie geen koeltechnische ingrepen nodig zijn. Dat maakt het gemakkelijker voor de verwarmingsinstallateur om een dergelijke warmtepomp te plaatsen, waardoor dit type toestel meteen ook betere kansen op de markt heeft. Wil men het potentieel in bestaande woningen benutten, is er immers een zo breed mogelijke groep aan installateurs nodig.
Het andere groene gas
Wat met waterstof, dat andere gas waar veel van verwacht wordt voor de decarbonisering van de verwarming? Waterstof was eerder discreet aanwezig op de beurs. De toonaangevende fabrikanten trekken immers volop de kaart van de warmtepomp; verbrandingstechniek was doorgaans naar de achtergrond verwezen. De ontwikkeling van waterstofsystemen staat echter niet stil. De meest interessante nieuwigheden waren te zien bij de fabrikanten van brandercomponenten, die systemen toonden om een bestaande aardgasketel om te bouwen tot een waterstofketel. Het gaat dan om elementen zoals het lucht-gas mengsysteem, de vlambewaking, de branderventilator en het branderoppervlak. De getoonde toestellen waren uiteraard nog prototypes, maar ze bewezen wel dat het technisch perfect doenbaar is om bestaande gasketels geschikt te maken voor waterstof. Als delen van het gasnet dus ooit overschakelen op groene waterstof, wordt het haalbaar om het bestand aan gasketels verder te benutten.
Energiesystemen en hybride installaties
Een andere belangrijke trend waren toestelcombinaties. De grote fabrikanten zetten sterk in op hybride installaties, waarbij een -al dan niet reeds bestaande- ketel wordt gecombineerd met een warmtepomp, waarbij het uiteraard de bedoeling is dat de warmtepomp het grootste gedeelte van de verwarmingslast zal dekken. Dit wordt gezien als een quick win en een opstap naar een volledig koolstofneutrale verwarmingsinstallatie. Het is immers onwaarschijnlijk dat het enorme aantal gebouwen dat nog niet geschikt is voor een warmtepomp, op afzienbare tijd zal gemoderniseerd worden. Een hybride installatie is dan een handige tussenoplossing om het verbruik van fossiele brandstoffen te beperken.
Maar ook bij de all-electric installaties denkt men in toenemende mate in gecombineerde systemen. De warmtepomp wordt dan opgenomen in een algemeen energieconcept dat zonnepanelen, een huisbatterij, een laadpaal voor een elektrisch voertuig en misschien ook huishoudelektro omvat. Dat alles wordt dan gestuurd door een energy management system. Hoe dat alles zich in de praktijk zal vertalen, is nog weinig duidelijk. Er zijn in elk geval al vele spelers op de markt. Zeker is ook dat geconnecteerde systemen steeds belangrijker worden. Het Internet der Dingen is niet meer weg te denken uit de HVAC-wereld. Of het nu gaat om warmtegeneratoren, warmwatertoestellen, afgiftesystemen, ventilatie-units, regelkleppen, meettoestellen of pompen, zowat elke component in een installatie wordt geconnecteerd. Zo kan men niet alleen de werking optimaliseren, het maakt ook monitoring en datalogging op afstand mogelijk. Service op afstand wordt zo stilaan een realiteit. Het komt er natuurlijk wel op aan om daarvoor een commercieel model op te bouwen.
Keteltechniek verhuist
Waren er dan helemaal geen ketels te zien op ISH? Toch wel, en vrij veel zelfs. Ze stonden alleen niet op de stands van de A-merken. Nu de traditionele grote namen minder aandacht hebben voor verbrandingstechniek, is er een hele resem fabrikanten in Zuid- en Oost-Europa en het Middellandse Zeegebied opgestaan om dat gat in de markt te vullen. Zeker buiten Europa hebben moderne condensatieketels immers nog een mooie markt voor zich. Gezien er de komende jaren nog een aanzienlijke vervangingsmarkt van gasketels zal blijven, kunnen we die fabrikanten misschien ook nog bij ons zien opduiken.
Duurzame sanitairtechniek
Ook in de sanitairtechniek was er volop aandacht voor circulariteit en waterbesparing. Dat laatste kan bijvoorbeeld door zeer efficiënte spoelsystemen voor toiletten. Door gebruik te maken van een werveltechniek verkrijgt men een betere spoeling met minder water, zodat het spoelvolume tot 4 liter kan worden teruggebracht. Tevens wordt er meer en meer aan circulaire producten gedacht, met bijvoorbeeld een douchekop die volledig uit gerecycleerd materiaal is gefabriceerd. Een andere opvallende trend was het gebruik van hout als hernieuwbaar materiaal, met bijvoorbeeld doucheprofielen in hardhout. Wellicht het meest opvallend op dit vlak was sanitair in harsgebonden houtsnippers uit Finland, als milieuvriendelijk en hernieuwbaar alternatief voor porselein. Dit sleepte ook een Design Plus Award in de wacht.
Kortom, ISH Frankfurt heeft zijn functie als trendforum weer meer dan waargemaakt. Afspraak in 2025.
Door Alex Baumans
Foto’s: Messe Frankfurt















