VERWARMING
Install Magazine 988 – februari 2023
Groen gas in het energielandschap van de toekomst
Talks About Green Gas 2022
De bijeenkomst Talks About Green Gas is de opvolger van de Gas Day, georganiseerd door Gas.be. De teneur is daarmee duidelijk aangegeven: als gas nog een toekomst heeft, dan zal het gaan om gas uit hernieuwbare bronnen. We denken dan vooral aan twee types: waterstof, waar met name de Europese Commissie veel hoop op stelt, en biomethaan, gewonnen uit gezuiverd biogas. In een aantal panelgesprekken gingen een reeks experts in op verschillende aspecten van deze kwestie. We lichten er enkele aandachtspunten uit.
Biomethaan: onderbenut potentieel
REpowerEU, het programma dat de EU heeft opgesteld om onafhankelijk te worden van Russisch gas, gaat uit van een sterke stijging van de productie van biomethaan: tegen 2030 moet de capaciteit 35 miljard m3 per jaar bedragen. Tegen die ambities steekt de Belgische realiteit scherp af: eind 2022 waren er exact 6 installaties actief in ons land, mooi communautair verdeeld met drie in Vlaanderen en drie in Wallonië. In Frankrijk is de situatie heel anders: daar zijn er een 500-tal biomethaaninstallaties actief, die jaarlijks 8 TWh in het gasnet injecteren, wat vergelijkbaar is met de productie van een kerncentrale. Het is de bedoeling om die capaciteit in de komende jaren op te drijven tot 17-18 TWh, cijfers waar men in België alleen van kan dromen.
De keuze voor biomethaan is te verklaren door de troeven van dit gas. Het heeft exact dezelfde eigenschappen als aardgas, en kan dus zonder meer in het bestaande net worden geïnjecteerd. Er zijn geen aanpassingen nodig, noch van de leidingen, noch van de toestellen. Verder wordt het in principe gewonnen uit de verwerking van afval, zoals mest of bij waterzuivering, zodat het een manier is om afvalstromen om te zetten in grondstoffen. Dat sluit aan bij de circulaire gedachte. Tenslotte is het een bron van groene energie die constant beschikbaar is, zonder invloeden van het weer. Nu iedereen stilaan bekend raakt met het begrip Dunkelflaute (een periode met weinig wind en zonlicht), is dat een niet te onderschatten voordeel.
Natuurlijk moeten we alles in de juiste verhoudingen zien. Zelfs in de meest optimistische scenario’s kan biomethaan slechts een klein deel van het totale gasverbruik in België vervangen. Het is eerder een manier om tegen 2050 het restverbruik aan gas te dekken met hernieuwbare brandstof. Anderzijds kan men zich de vraag stellen waarom er in België niet meer gebruik wordt gemaakt van een grondstof die voorhanden is.
Dat laatste heeft alles te maken het ontbreken van een passend regelgevend kader. De weg naar een werkende installatie is moeizaam. Jérôme Breton van het project Biométhane du Bois d’Arnelles stelde dat er 12 jaar verliepen tussen de eerste aanvraag en de uiteindelijke indienstname. Als die termijnen niet drastisch worden ingekort, is een uitbreiding van de productie tegen 2030 een verre wensdroom. Verder is er ook nood aan een stabiel wetgevend kader. Bij de bouw van een installatie rekent een investeerder op een levensduur van minstens 20-25 jaar. Als de voorwaarden en procedures echter om de paar jaar herzien worden, wordt het dan wel erg onzeker of en welke business case men op die termijn zal hebben. Het systeem van vaste tarieven zoals in Frankrijk is een voorbeeld van hoe het wel kan.
Een systeem van groene certificaten is van doorslaggevend belang. Zolang biomethaan niet voldoende erkend wordt als groene energie, zowel in een systeem van groene certificaten als in andere regelgeving, zoals energieprestatie van gebouwen, blijft de rendabiliteit beperkt. Dat systeem van certificaten moet ook minstens op nationale schaal zijn, en liefst internationaal. De huidige ondoordringbare muur tussen de drie gewesten beperkt de mogelijke afzet sterk.
Waterstofstad Brussel
Alain Vannerum van Sibelga gaf de visie op de mogelijkheden van waterstof voor woningverwarming in het Brussels Gewest. Dit gewest heeft zo zijn eigen uitdagingen: de gebouwen zijn hoofdzakelijk woningen, die doorgaans slecht geïsoleerd zijn; 92% van de woongebouwen dateert van voor 1970, en de energieklasse is doorgaans E of F, de slechtste in het Brussels systeem van energielabels. Een extra complicatie is dat 60% van wooneenheden huurwoningen zijn, waar de bewoners dus niet kunnen beslissen over het verwarmingssysteem of over renovaties. Een grootschalige renovatiegolf is dus weinig waarschijnlijk. Sibelga gaat ervan uit dat een snelle overschakeling op warmtepompen niet haalbaar is, ook al omdat de Brusselse ondergrond nu al vol leidingen zit, en een aanpassing van het elektriciteitsnet dus niet evident is.
Het is dus te verwachten dat gas nog een rol zal blijven spelen voor gebouwenverwarming in Brussel, zeker in die gevallen waar een diepgaande renovatie technisch of financieel weinig haalbaar is. Hoe groot het aandeel is, hangt uiteraard af van de toekomstige prijs van groen gas en van het renovatieritme. De schattingen van Sibelga schommelen tussen 18% en 75% van de warmtevraag voor gas. Dat moet uiteraard wel groen gas zijn, en hier kijkt men uit naar groene waterstof. Biomethaan is uitgesloten omdat de beschikbaarheid beperkt is, en er sowieso geen bronnen zijn in het Brusselse.
Opstap in plaats van lock-in
Een van de panels was gewijd aan hybride warmtepompinstallaties. Deze kregen traditioneel kritiek vanuit de groene hoek, omdat er zo een lock-in effect wordt gecreëerd waarbij de ketel op fossiele brandstof nog jaren nodeloos blijft werken. Uit de ervaring in Nederland blijkt echter dat een hybride installatie net als opstap werkt naar een warmtepomp in plaats van omgekeerd. Warmtepompen mogen dan mooie groeicijfers kunnen voorleggen, de markt blijft overheerst door gaswandketels. Het potentieel van warmtepompen is wel groter dan soms wordt aangenomen, maar het feit blijft dat een groot deel van de markt nog niet is voorbereid op de overschakeling. Dat zijn dan zowel eindklanten die bedenkingen hebben, als installateurs die niet vertrouwd zijn met de techniek, dat alles gecombineerd met een ouder gebouwenpark dat uitgerust is met hoge temperatuur systemen.
In Nederland is gebleken dat een hybride installatie een goede manier is om de warmtepomptechniek ingang te doen vinden. Installateurs kunnen zo ervaring opdoen met de techniek en zich omscholen, terwijl gebruikers kennis kunnen maken met de voordelen en eventuele koudwatervrees kunnen overwinnen. Het is ook een snelle en efficiënte manier om het gasverbruik sterk te doen dalen, wat dan een aanzet kan geven tot een renovatie om definitief op een warmtepomp over te schakelen.
Door Alex Baumans












