FEDERATIES  
Install Magazine 975 – maart 2021

Een corona-aanpak voor het klimaat?

Jaaroverzicht van het ATTB

Op de vooravond van Batibouw geeft ATTB, de vereniging van de Belgische leveranciers van verwarmingsmateriaal, traditiegetrouw een terugblik op het voorbije jaar. Tegelijk formuleert de vereniging wensen en verwachtingen voor de toekomst. Een eerste vaststelling is dat de sector de coronacrisis vrij goed doorstaan heeft. De lockdown heeft velen het belang van een comfortabele woning doen inzien, met als gevolg dat er flink geïnvesteerd is renovatie en modernisering van installaties. De aandacht voor corona mag echter de klimaatproblematiek niet naar de achtergrond dringen. Ook hier zijn ingrijpende maatregelen nodig. Tevens wijst de sector erop dat er ook voldoende mensen moeten zijn om de klimaatplannen uit te voeren. Anders zijn de doelstellingen niet meer dan luchtkastelen.

Trends zetten zich door

De coronacrisis heeft maar een beperkte invloed gehad op de verwarmingssector. De ketelverkoop is er met 3% op achteruit gegaan, en bedraagt nu ruim een kleine 215.000 stuks. Dat maakt 2020 weliswaar geen topjaar, maar de gevreesde ramp is uitgebleven. Over het algemeen heeft de sector normaal kunnen draaien. Wat het type toestellen betreft, zetten de trends van de vorige jaren zich door. De markt wordt beheerst door condenserende gasketels. Lage-temperatuur gasketels verdwijnen stilaan van de markt en worden nog alleen maar toegepast in specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld omdat de rookgasafvoer niet kan aangepast worden aan condenserende werking.

Een ander succesproduct is de warmtepomp. Deze categorie gaat er met 30% op vooruit, en bereikt een totaal van een kleine 15.000 toestellen. De techniek wordt vooral in nieuwbouw toegepast. Naar schatting heeft zowat de helft van de nieuwbouwwoningen nu een warmtepomp. De warmtepomp heeft duidelijk de wind in de zeilen.

De vereniging ziet 2021 dan ook met vertrouwen tegemoet, zeker als er een relance op gang komt als de coronabeperkingen worden opgeheven.

Impact van regelgeving

De koopkracht en comfortwensen van de gezinnen zijn echter niet de enige factoren die de markt sturen. De verwarmingsmarkt is sterk gereguleerd: de bewegingen worden hoofdzakelijk bepaald door de stand van de regelgeving en niet door puur economische factoren. Zo zien we in 2020 een algemene stijging van 4% in de verkoop van stookolieketels. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de communicatie rond een toekomstig verbod op stookolie. Zo ver zijn we nog niet, maar blijkbaar hebben vele gezinnen het zekere voor het onzekere genomen, en alvast geïnvesteerd in een nieuwe ketel.

Ook de markt voor thermische zonne-energie is sterk afhankelijk van de regelgeving. Deze markt is al een tijdje in vrije val, en kende afgelopen jaar opnieuw een terugval van 35%. Deze sector heeft vooral te lijden onder de aandacht voor PV-systemen. Het aangekondigde einde van de terugdraaiende teller heeft vorig jaar voor een toeloop op PV-panelen gezorgd, wat andere vormen van zonne-energie van de markt gedrukt heeft.

De sector van zonnethermie ziet de toekomst echter optimistisch in. Het afschaffen van de terugdraaiende teller heeft de lat immers meer gelijk gelegd voor fotovoltaïsche en thermische energie. Door de terugdraaiende teller kon de eigenaar van zonnepanelen het elektriciteitsnet gebruiken als een onbeperkte opslag, met 100% rendement en nauwelijks kosten. De eigenaar van een thermisch systeem moest daarentegen investeren in zijn eigen buffervat. Nu de kost van batterijen of andere opslag ook ten laste komt van eigenaars van PV-systemen, is de situatie minder scheefgetrokken.

Uitdagingen

Als eerste uitdaging ziet ATTB de invoering van het capaciteitstarief voor elektriciteit. Eigenaars van fotovoltaïsche panelen, warmtepompen en/of elektrische voertuigen zullen hun installatie anders moeten gaan aansturen om piekverbruiken te vermijden. Dat zal een vraag doen ontstaan naar sturingen, slimme stekkers en energiemanagementsystemen. Specifiek voor onze sector betekent dat in de eerste plaats een aangepaste regeling voor warmtepompen. Ook de mogelijkheid om elektriciteit van zonnepanelen op te slaan als warmte, bijvoorbeeld door slimme boilers, wordt interessanter.

Een tweede uitdaging is de opkomst van waterstof en groene gassen. Over het algemeen is men ervan overtuigd dat waterstof een rol zal spelen in de vergroening van de energievoorziening, onder meer in verwarming. De elektrificatie zal immers op haar grenzen stoten. Aan de ene kant nemen de verbruikers toe, door een groter aandeel van warmtepompen en elektrische voertuigen. Aan de andere kant worden kolencentrales en kerncentrales buiten gebruik genomen waardoor er minder capaciteit beschikbaar is. Groene waterstof is een interessant alternatief voor verwarming. Bestaande toestellen kunnen met minimale aanpassingen op aardgas met 20-30% waterstof werken. Een overschakeling op 100% waterstof is technisch haalbaar, zowel qua gasleidingen als qua toestellen. Ook voor de installateur is de stap snel gezet. De verbrandingstechniek verschilt niet zoveel van de vertrouwde aardgastoepassingen. Ook qua kostprijs en installatietechniek zijn waterstofketels vergelijkbaar met gasketels, zodat ze gemakkelijk een-op-een vervangen kunnen worden.

Veruit de grootste uitdaging bestaat erin om het gebouwenpark meer koolstofneutraal te maken. Ambitie is er genoeg, maar het schort nog aan de concrete invulling. Voor ATTB is het een oud zeer dat dat een kleine helft van de stookinstallaties in België nog altijd totaal verouderd zijn. Door die op de stand van de techniek te brengen, realiseert men in een klap al een mooie winst. De vereniging pleit eens te meer voor een systeem van uitstootlimieten voor ketels. Als men de luchtvervuiling van auto’s aan banden kan leggen, moet dat ook lukken voor stookinstallaties.

De volgende stap, het echt energiezuinig maken van gebouwen is een stuk moeilijker. Dat vereist immers een aanzienlijk budget, dat buiten het bereik ligt van vele gezinnen. Zonder een inspanning van de overheid om de financiering te ondersteunen, zal het niet lukken.

Waar zijn de handjes?

Dat alles veronderstelt wel dat er voldoende mensen zijn om al dat werk aan te kunnen. Zoals de zaken nu staan, is dat uiterst twijfelachtig. Er is al nauwelijks genoeg capaciteit om de huidige vraag aan te kunnen, laat staan wanneer de renovatiegraad zou verdubbelen of meer. We zien het effect al in Duitsland, waar de vraag groter is dan de sector aankan, en de wachttijden stilaan oplopen. Er is dus dringend meer instroom in de sector nodig. Dat betekent ook een grote nood aan opleiding. Diverse leveranciers proberen hier iets aan te doen, en hebben al opleidingen opgezet. Er is echter een structureel antwoord nodig. Initiatieven zoals duaal leren, zijn veelbelovend maar blijven te kleinschalig. Om de energietransitie te realiseren, is er een grootscheepse aanpak nodig.

Door Alex Baumans

www.attb.be