VERWARMING
Install Magazine 975 – maart 2021
Werk maken van de overschakeling op waterstof
EHI pleit voor een breed gebruik van waterstof
Waterstof wordt gezien als een van de belangrijke energiedragers van een koolstofneutrale economie. Groene waterstof heeft tal van voordelen: het biedt een koolstofneutrale oplossing voor toepassingen die moeilijk te elektrificeren zijn, bijvoorbeeld in industrie of transport. Het is tevens een mogelijkheid om groene energie op te slaan, en men kan de bestaande techniek en infrastructuur voor andere gassoorten grotendeels blijven gebruiken. Over de mogelijkheden van waterstof voor verwarming organiseerde EHI, de Europese vereniging van de verwarmingssector een virtueel panelgesprek, met vertegenwoordigers van het Europees parlement, de Europese Commissie en de sector.
Minimalistische of maximalistische visie
Dat waterstof een rol zal spelen in de energietransitie, daar lijkt iedereen het over eens. Hoe die rol er precies uit zal zien, daarover is minder eensgezindheid. In het Europees parlement is er een minimalistische en een maximalistische strekking. In de minimalistische opvatting is waterstof alleen een oplossing voor zeer specifieke gevallen, zoals de luchtvaart of de industrie. Het gaat dan uitsluitend groene waterstof, dus op basis van hernieuwbare energie, en dan nog liefst om lokale productiepieken op te slaan. Een grootschalig verdeelnet over grote afstanden uit zon- of windrijke gebieden past niet in deze opvatting.
De maximalistische visie, daarentegen wil geen enkele optie uitsluiten. Waterstof wordt gezien als de motor voor innovatie, en het zou dan ook verkeerd zijn om de ontwikkeling van nieuwe technieken aan banden te leggen. In deze visie wil men ook de bestaande gasinfrastructuur zoveel mogelijk benutten net om waterstof breed in te zetten, inclusief voor verwarming. Hier is ook plaats voor meerdere productiemethoden van waterstof naast elektrolyse op basis van groene stroom. Eventuele uitstoot zou kan kunnen opgevangen worden (carbon capture and storage – CCS).
Nu al actie ondernemen
Vanuit de verwarmingsindustrie pleit men ervoor om nu al de kaart van waterstof te trekken. We zullen groene waterstof nodig hebben, dus werken we al best aan de toepassingen voor het ogenblik dat de productie op gang komt. Als we wachten tot de groene waterstof effectief voorradig is op industriële schaal, zijn we te laat. De industrie verwijst hierbij naar elektrische auto’s. Als autofabrikanten hadden gewacht tot de elektriciteitsproductie koolstofneutraal was om met de ontwikkeling te beginnen, zouden er nu nog lang geen elektrische voertuigen rondrijden.
Het is mogelijk om op basis van de huidige verbrandingstechniek op aardgas ook toestellen voor waterstof te ontwikkelen. Er lopen al enkele demonstratieprojecten met waterstofketels. Als eerste stap in de overschakeling, pleit de sector voor ‘H2-ready’ producten, ketels en branders op aardgas, maar die ook geschikt zijn voor mengsels van aardgas met waterstof, en/of kunnen aangepast worden om op waterstof te werken. Zo kan men nu al de groene verwarming van morgen installeren. In eerste instantie hoeft er niets te veranderen, alles blijft gewoon op aardgas werken. Zodra groene waterstof beschikbaar wordt, kan men dan gaan bijmengen, en eventueel volledig overschakelen. Zoiets is technisch volledig haalbaar: de overschakeling van laagcalorisch op hoogcalorisch gas die nu in verschillende landen, waaronder België, aan de gang is, is daar een concreet bewijs van. Om de plaatsing van dergelijke ketels te bevorderen, zou men ‘H2-ready’ kunnen opnemen in de energieprestatie-eisen en/of ecodesign. Een ketel die ook op waterstof kan werken, zou zo bijvoorbeeld een betere energieklasse kunnen krijgen. De sector hoopt dat de Europese Commissie dit meeneemt in een volgende versie van de richtlijnen terzake.
H2-ready toestellen zijn ook een uitweg uit de kip en ei vraag: wie gaat er immers in grootschalige productie van waterstof investeren, als er nog geen toepassingen zijn. Anderzijds, waarom zou men toestellen ontwikkelen voor een brandstof die nog niet beschikbaar is. Door over te schakelen op H2-ready verwarming, creëert men gaandeweg een uitgebreid ketelpark dat de brandstof kan gebruiken. Bovendien heeft men meteen al een hele waardeketen, met constructeurs, netwerken, verkoopskanalen, opleidingen, installateurs en onderhoudsbedrijven.
Prijzen en toepassingen
In welke toepassingen waterstof vooral zal worden ingezet, zal bepaald worden door de markt. Voor sectoren zoals zwaar transport of sommige industriële sectoren zijn waterstoftoepassingen al rendabel bij veel hogere brandstofprijzen dan pakweg gebouwenverwarming. Daarbij moet men wel opmerken dat energieprijzen maar voor een erg beperkt deel door pure marktwerking bepaald worden. Allerlei taksen en heffingen hebben een doorslaggevend effect. Hoe duur of goedkoop waterstof wordt in vergelijking met andere mogelijkheden zal dus afhangen van het fiscaal beleid. Op dit ogenblik kan niemand zeggen hoe duur of goedkoop groene waterstof zal zijn in vergelijking met alternatieven. Dat wordt bepaald door de prijsstructuur en de manier waarop externe kosten aan de gebruiker worden doorgerekend: wordt dat een algemene belasting, of komt die op de energiefactuur terecht, en in dat laatste geval, is het dan een vast bedrag of afhankelijk van het gebruik? Dat zijn allemaal politieke beslissingen.
Energie-autonomie
Vanuit het standpunt van beleid en politiek mag men niet vergeten dat groene energie hoofdzakelijk lokale energie is. Nu is ons economisch leven afhankelijk van ingevoerde brandstof, wat de producenten van die brandstoffen meteen ook invloed geeft in het reilen en zeilen van de EU. Door over te schakelen op groene energie kan de EU zich losmaken van die afhankelijkheid. Bovendien kan men zo een sterke Europese waterstofsector opbouwen, met productie, distributie en toepassing. Zo blijft ook de knowhow en de waardecreatie een Europese zaak.
Door Alex Baumans












