EVENEMENTEN
Install Magazine 965 – november 2019
De rol van warmtenetten in de decarbonisering van verwarming
Studiedag van Euroheat and Power
In de plannen voor een koolstofneutrale economie worden warmtenetten dikwijls aangehaald als een manier om verwarming te decarboniseren. In ons land zijn er nog amper realisaties, en blijft het voornamelijk bij plannen en projecten. Elders in Europa zijn er echter al tal van warmtenetten in gebruik. Euroheat & Power, de Europese vereniging rond warmtenetten en stadsverwarming, organiseerde begin oktober een studiedag over de rol van deze techniek in de decarbonisering. Een goede gelegenheid om te zien wat we uit de buitenlandse praktijk kunnen leren.
Euroheat and Power is een internationale vereniging van stakeholders in warmtenetten en stadsverwarming met leden uit dertig landen. De vereniging groepeert zowel uitbaters van warmtenetten als kennisinstellingen en de industrie. Om na te gaan welke bijdrage deze techniek kan leveren aan een koolstofarm Europa, organiseerde de vereniging een studiedag in Brussel, met de titel Vision 2050, Decarbonising District Energy for our Cities.
Infrastructuur is nodig, maar welke?
Een van de basisvragen is welke infrastructuur er moet worden aangelegd. Met de huidige netwerken komen we er niet, maar wat dan wel? Houden we het op gasleidingen, met de hoop op een overschakeling op groen gas en/of waterstof? Mikken we op all-electric, met decentrale productie, wat ook een aanzienlijke aanpassing van het stroomnet vergt? Of leggen we warmte- en eventueel ook koudenetwerken aan? Overheden zullen moeten kiezen in functie van de omstandigheden. Er is immers geen techniek die in alle omstandigheden de beste oplossing is. Veel hangt ervan af wat er al beschikbaar is, en of men lokale warmtebronnen kan benutten.
Een warmtenet hoeft niet noodzakelijk gelijk te staan met kilometers lange leidingsystemen die een hele stad bevoorraden. Vanuit het idee van de lokale energiegemeenschappen kunnen er ook kleinschaligere initiatieven zijn die een wijk of enkele straten omvatten. Deze zijn veel gemakkelijker te realiseren.
Een groot voordeel van een warmtenet is dat de overschakeling op duurzame energie centraal kan gebeuren, waarbij de technische keuzes en investeringen gedragen kunnen worden door de gemeenschap. Dat is aantrekkelijker voor de individuele gebruiker: hij kan gewoon aansluiten op het warmtenet en hoeft niet te investeren in een nieuwe verwarmingsinstallatie. Vanuit dit oogpunt sluiten warmtenetten dicht aan bij concepten zoals all-in leasing van verwarmingstoestellen: de gebruiker betaalt voor warmte, comfort en bedrijfszekerheid, en laat de investering en technische aspecten over aan een gespecialiseerde organisatie.
Flexibele bronnen en energienetwerken
Warmtenetten zijn bijzonder nuttig om restwarmte te benutten, bijvoorbeeld vanuit de industrie maar ook uit afvalverbranding of elektriciteitsproductie, zoals WKK. Ze kunnen rechtstreeks gevoed worden met groene warmte, zoals de grootschalige verbranding van biomassa, of zonnethermie en warmtepompen met grote vermogens. Ook diepe geothermie is een mogelijkheid. Daarbij wordt warm water direct uit de bodem opgepompt. In Finland denkt men al aan toepassingen zoals de verbranding van pyrolyse-olie of warmteterugwinning uit datacenters.
Bovendien kan men er de overschotten aan groene stroom in opslaan in de vorm van warmte. In plaats van de temperatuur van duizenden buffervaten tegelijk lichtjes te verhogen wanneer er overaanbod is aan groene stroom, kan men met een warmtenet een groot centraal buffervat op temperatuur brengen. Technisch en organisatorisch is dat een stuk eenvoudiger. In Wenen loopt er een project met twee elektroden van 10 MW elk, die water tot op 160°C verhitten. Deze installatie zal worden ingeschakeld om het elektriciteitsnet te balanceren.
Een verdere stap zijn intelligente netwerken waarbij de gebruikers ook warmte kunnen leveren aan het warmtenet. Dat kan overtollige warmte zijn uit individuele zonnecollectoren, of uit productieprocessen of warmteterugwinning uit koeling. Zo wordt het warmtenet tot een echt netwerk dat warmtevraag en warmtebehoefte zoveel mogelijk in evenwicht brengt. Sectorkoppeling hoeft dus niet noodzakelijk over elektriciteit te lopen.
Kostenoptimaal of klimaatneutraal
Investeringen in energiezuinigheid blijven een noodzaak. Als we massaal warmtenetten gaan uitbouwen, maar niets doen aan de warmtebehoefte van gebouwen, dan wordt dat onbetaalbaar. Een warmtenet is dus geen alternatief voor een renovatiecampagne. Energiezuinige renovatie blijft een noodzakelijke voorwaarde voor een geslaagde energietransitie.
Daarbij ziet men in vele scenario’s nog een rol voor fossiele brandstoffen en decentrale verwarming weggelegd. Als men naar een volledige decarbonisering wil, dan valt de extra kost om de laatste procenten ook nog koolstofneutraal te krijgen wel bijzonder hoog uit. In Wenen heeft men bijvoorbeeld berekend dat het 16 miljard euro zou kosten om naar een 80% koolstofneutrale stad te gaan tegen 2050, maar dat een volledig koolstofneutrale stad liefst 28 miljard euro zou kosten. Of men voor volledig klimaateutraal, dan wel kostenoptimaal gaat, is dus een belangrijke maatschappelijke keuze.
Wat met de burger?
De EU wil van Europa het eerste klimaatneutrale continent maken. Dat kan alleen met de medewerking van de burger. In de gangen van de Europese instellingen is de modale burger echter vrij zelden te zien. De discussies worden gevoerd door politici, ambtenaren, vertegenwoordigers van belangverenigingen en technocraten allerhande. Steden zijn een beleidsniveau dat dicht bij burger staat. Zij kunnen een cruciale rol spelen om het energiebeleid te vertalen in concrete initiatieven waar de burger beter van wordt. Met de lokale energiegemeenschappen heeft de EU ook een kader gecreëerd om plaatselijke initiatieven te ondersteunen.
Eerlijkheid en transparantie moeten centraal staan in de communicatie met de burger. Als de eindklant zeker is van een betrouwbare levering aan een eerlijke prijs, dan is het niet zo moeilijk om hem over de streep te trekken. Zoals Astrid Madsen van de Stad Rotterdam het uitdrukte: “de mensen zijn wel bereid om geld te geven voor groene energie, maar niet voor een grotere auto van de CEO”. Er is dus ook een duidelijk engagement van de netwerkbeheerder nodig.
Als er een warmtenet wordt aangelegd, is er ideaal gezien ook een verplichting om op dat net aan te sluiten. Zo een verplichting invoeren kan echter gevoelig liggen. De aanpak van de stad Rotterdam is hier interessant. Ze spreken niet van een plicht tot aansluiten, maar over een zekerheid van afsluiten. Op een gegeven ogenblik gaat de gaskraan dicht, en moet men wel een alternatief zoeken. Als er dan een warmtenet voor de deur ligt, is de keuze waarschijnlijk snel gemaakt.
Door Alex Baumans
Figuren: Euroheat & Power











