EVENEMENTEN  
Install Magazine 953 – september 2018

OVED gaat voor transparanter energiebeleid

Meer dan 140 aanwezigen op het jaarlijkse Energiecongres van OVED.

Op dit netwerkevent voor energiedeskundigen en verslaggevers in Technopolis Mechelen werd vooruit gekeken naar het toekomstige EPB2.0- en EPC+-beleid. Met een innovatieve serrewoning was er een Europese primeur. De mogelijkheden van Building Information Modeling en levenscyclusanalyse voor woningen passeerden eveneens de revue.

Mieke Deurinck van het Vlaams Energieagentschap (VEA) lichtte het EPC+ en renovatieadvies toe. “De EPC-berekening van het kengetal blijft, maar wordt omgezet in een label. Dit is de juiste keuze want zo kan een ouder persoon die niet met energie vertrouwd is, tijdens de testfase snel inzien dat een woning met label D niet goed scoorde. En dat werd bevestigd door vele rode indicaties op het EPC+”, aldus Deurinck. “De uitdaging is enorm om de huidige woningen en appartementen in Vlaanderen tot de lange termijndoelstellingen voor 2050 (EPC 100) te renoveren. Op het EPC+ kan je snel zien welke onderdelen van de woning prioritair zouden moeten worden aangepakt. De investeringskosten zijn wat omstreden, maar sensibiliseren de koper dat er meer kosten zijn om de woning energetisch comfortabel te maken dan louter de keuken of de badkamer te vervangen.”

EPB2.0 studie

Ann Collys van VEA bracht een overzicht van de EPB2.0 studie en de bevraging: “87% van 64 stakeholders willen een sterke handhaving op de EPB-eisen voor de bouwheer, maar dat conflicteert met piste 1 op basis van het reëel verbruik. Piste 2 vereenvoudigen zou interessant kunnen zijn voor vaak voorkomende kleine gebouwen. Piste 3 BIM biedt potentieel voor grote projecten en zou stapsgewijs kunnen geïntroduceerd worden. De drie pistes zijn eerder complementair. Daarom is er het advies om te differentiëren in EPB-methodologie in functie van de typologie van het gebouw.” Het is nu aan de ministers van Energie van de drie gewesten om een consensus te vinden. Tijdens de verplichte EPC+ vorming dit najaar komt dit item uitgebreid aan bod.

BIM: you get out what you get in!

Pedro Pattijn (Ingenium en OVED-bestuurder) lichtte het potentieel van Building Information Modeling (BIM) voor grote projecten toe. “BIM is meer dan gewoon 3D tekenen: alle data van een project worden in één groot document/databank bijgehouden, op een centrale plaats, bijvoorbeeld in de cloud, zodat de laatste stand van zaken voor alle betrokkenen toegankelijk is en dubbel invoerwerk vermeden wordt. Vooral in complexe gebouwen zou het handig zijn om het model aan EPB te koppelen. De EPB-software zou een ideale interactie kunnen hebben met BIM, alleen is er op vandaag nog geen geschikte interface”, aldus Pattijn. “Zelfs indien de ontwerparchitect niet ‘bimt’, bouwen we een eigen architecturaal model op, omdat we dit nodig hebben voor ons eigen geautomatiseerd ontwerpproces.”

BIM bij energiesimulaties

Daarna gaf Pedro Pattijn toelichting bij enkele projecten, gericht op het ontwerpproces van technieken in gebouwen, of energiegerelateerd – met energiesimulaties -, die dicht aansluiten bij de problematiek waar mee de EPB- en EPC-verslaggevers te maken hebben. “Hoe kan BIM ook energiemodellen genereren die kunnen gebruikt worden als input voor de gebruikerszijde en de comfortsimulatie van een gebouw? BIM laat toe snel en rudimentair analyses te maken”, aldus Pattijn. “Indien we BIM zouden kunnen linken aan EPB of aan andere simulatiemogelijkheden zou de efficiëntie nog verhogen. Sefaira is een krachtige, snelle en visueel zeer sterke softwaretool, al wordt niet altijd de gewenste diepgang en het gewenste detailniveau gegenereerd om de nodige inzichten te verwerven. Ik geloof sterk in digital building, niet enkel in het ontwerpproces en de werffase, maar ook in de exploitatiefase.”

Innovatieve, autonome serre-woning

Kaseco staat voor een groep van aannemers, architecten en studiebureaus die een eigen visie ontwikkeld hebben rond energieverbruik en de zorg voor het milieu. Er wordt maximaal ingezet op het gebruik van bio-ecologische bouwmaterialen en hernieuwbare energie. Architect Koen Vandewalle van Kaseco over zijn zelfvoorzienende serrewoning in Rekkem: “Het concept omvat – in grote lijnen – een supercompact en optimaal georiënteerd houtskeletgebouw, uitgerust met intelligent gestuurde technieken, waarrond een microklimaat wordt gecreëerd.” Het creëren van een microklimaat zorgt voor een verlaagd energieverbruik. “Er wordt energie opgewekt via zonnepanelen, ingewerkt in de constructie van de serre. Het geheel is volledig CO2-neutraal en gebaseerd op cradle-to-cradle bouwen.

“Qua energie is het de bedoeling met het gebouw volledig offgrid te gaan. De eerste jaren blijft de serrewoning nog aan het net gekoppeld om een zicht te hebben op energieoverschotten en -tekorten. Voor het langdurig opslaan van energie onderzoeken we enkele alternatieven, maar uiteraard geen batterijen”, aldus Vandewalle. “Uit een vergelijkende kostenstudie met andere types woningen (traditioneel, BEN en passiefbouw) over een tijdsspanne van een twintigtal jaar, blijkt dat de serrewoning reeds op de tweede plaats komt, zonder rekening te houden met de stijgende energieprijzen. In het huidige, strikte EPB-kader worden onze innovaties onvoldoende opgewaardeerd. Pijnpunt is onder meer dat de zonnepanelen op de serre zijn voorzien en niet op de woning zelf. Ook de aanwezigheid van stopcontacten in de serre zorgt voor een procentuele volumeverdeling tussen de serre en de woning. Hierdoor stijgt het E-peil met 11 punten. Daarentegen kunnen zonnewinsten en andere maatregelen niet worden ingecalculeerd.”

LCA is verder kijken dan EPB

Bertrand Waucquez van de Vlaamse Confederatie Bouw en van Flux 50 had het over de levenscyclusanalyse (LCA) voor woningen: “Het energieverbruik van productie tot verwerking gaat verder dan in EPB. Met de steeds strengere eisen voor het E- en S-peil en EPB 2.0 moeten we verder kijken dan enkel de energieprestatie van een gebouw, maar ook de energie inrekenen, nodig om materialen te produceren en aan het einde van de rit te verwerken. De voorbije maanden werden simulaties uitgevoerd met de nieuwe TOTEM-tool van OVAM. “Volgens onze eerste LCA’s voor verschillende gebouwtypologieën lag de optimale isolatiedikte rond 15 tot 20 cm. Meer isoleren zou alleen een grotere milieukost opleveren”, aldus Waucquez.

“We blijven benadrukken dat de bouwheer en zijn team de EPB-verslaggever best zo vroeg mogelijk in het bouwproces betrekken, zodat hij of zij de geldende eisen kan aftoetsen en proactief kan inspelen op eventuele problemen. De EPB-verslaggever geeft voor elk bouwproject energieadvies op maat en praktische aandachtspunten voor uitvoering voor de bouwheer”, sloot OVED-voorzitster Petra Proesmans af.

Door Philip Declercq

Foto’s: OVED

www.oved.be