WETGEVING
Install Magazine 947 – februari 2018
Ecodesign-eisen en energielabel voor kachels
Eerste fase betreft kachels op elektriciteit, gas en olie
Nadat de toestellen voor centrale verwarming aan de beurt waren, voert Europa nu ook eisen in voor individuele verwarming. In een eerste fase gaat het om toestellen voor directe elektrische verwarming en om kachels op gas of vloeibare brandstof. Kachels op vaste brandstof, hetzij biomassa, hetzij fossiel, komen in een tweede fase aan de beurt. Net als voor generatoren voor centrale verwarming zijn er twee aspecten: enerzijds ecodesign-eisen die bepalen welke toestellen op de markt mogen worden gebracht, en anderzijds een energielabel om de consument te informeren.
Ecodesign
De verordening EU 2015/1188 bepaalt de ecodesign-eisen en is sinds begin 2018 van kracht. Ze slaan op kachels op elektriciteit, gas of vloeibare brandstof met een vermogen tot 120 kW. Daarbij gaat het om toestellen die bestemd zijn voor directe verwarming van een binnenruimte. Toestellen die in principe buiten worden gebruikt (buitenhaarden, vuurkorven...) of die niet dienen voor comfortverwarming (barbecues, saunakachels....), vallen hierbuiten. Bij twijfelgevallen zoals handdoekdrogers geeft de mogelijkheid om de ruimte te verwarmen de doorslag of ze onder de verordening vallen of niet. Deze verordening wordt aangevuld door een tweede (EU 2015/1185) die slaat op kachels met vaste brandstof. Deze laatste treedt pas in 2022 in voege.
Drie categorieën van eisen
De ecodesign-eisen maken deel uit van de CE-goedkeuring. toestellen die hier niet aan voldoen mogen niet op de markt worden gebracht. Er zijn drie aspecten: energie-efficiëntie, uitstoot en productinfo.
Energie-efficiëntie
Dit wordt uitgedrukt als de energie-efficiëntie index (EEI) en betreft seizoensrendement. De basis vormt het rendement zoals gemeten in een testlaboratorium. Om tot een EEI te komen, worden daar bonussen bijgeteld als de kachel kan werken op hernieuwbare brandstof of als er energiebesparende regelfuncties zijn, zoals een thermostaat, programmeerbare werking, afstandsbediening... Anderzijds zijn er minpunten voor het gebruik van hulpenergie (voor een convectieventilator of verlichting) en voor de aanwezigheid van een waakvlam. De concrete factoren variëren in functie van het type toestel.
Uitstoot
Uitstooteisen gelden uiteraard alleen maar voor toestellen met verbranding. Voor kachels op gas of olie zijn er alleen eisen voor NOx. Voor kachels op vaste brandstoffen komen daar nog eisen voor fijn stof, vluchtige organische componenten en CO bij, die in 2022 van kracht zullen worden.
Productinformatie
Die moet beschikbaar zijn op een vrij toegankelijke website en vermeld worden in de handleiding. Het gaat om technische gegevens van het toestel, specifieke maatregelen voor montage, installatie of onderhoud, en informatie voor recycling. Bovendien moet er bij kachels zonder rookgasafvoer, of met een open verbinding tot de schoorsteen, duidelijk vermeld worden dat ze niet geschikt zijn als primaire verwarming. Bij draagbare elektrische toestellen moet men vermelden dat ze alleen geschikt zijn voor goed geïsoleerde plaatsen of voor occasioneel gebruik.
Energielabel
Waar de ecodesign-eisen gelden voor kachels tot 120 kW, blijft het energielabel beperkt tot toestellen van minder dan 50 kW. Het label zelf is vergelijkbaar met wat we al kennen van andere sectoren. De klassen gaan van A++ tot G, en zijn gebaseerd op de EEI. Gaskachels vallen daarbij in de klassen A tot D. Sinds 1 januari is het verplicht om de energieklasse aan te geven op alle documentatie en informatie via internet. Vanaf 1 april moet het label ook verschijnen in andere communicatiekanalen zoals advertenties en technisch promomateriaal.
Door Alex Baumans









