VERWARMING
Install Magazine 995 – februari 2024
Roadshow lage-temperatuurverwarming
Vier fabrikanten slaan de handen in elkaar
Verwarming op lage temperatuur is een eerste voorwaarde voor de overstap naar groene verwarming. Hoe lager de systeemtemperaturen, hoe zuiniger men de installatie kan laten werken, en hoe gemakkelijker de overschakeling op hernieuwbare energie wordt. Zeker bij warmtepompen is er een aanzienlijke winst te behalen met lagere temperatuurregimes. Maar wat betekent dat nu in de praktijk? Om dat duidelijk te maken aan een vakpubliek sloegen vier complementaire fabrikanten (CTC, Climatrix, Spirotech en Oventrop) de handen in elkaar voor een reeks van info-avonden. In totaal namen er een 120-tal geïnteresseerden aan de roadshow deel.
Compacte toestellen met ruim warmwatercomfort
De vier fabrikanten belichtten de problematiek telkens vanuit hun specialiteit om zo een totaalbeeld te creëren. Aan de hand van een concreet project toonde warmtepompspecialist CTC aan hoe men tot een toekomstbestendige oplossing met een geothermische warmtepomp kon komen. Sterke punten van de CTC-toestellen zijn eerst en vooral de compacte afmetingen, gekoppeld aan een hoog SWW-comfort. Bovendien zijn het all-in-one toestellen: alle elementen zitten onder dezelfde omkasting, wat niet alleen plaats bespaart, maar de installatie ook een stuk vlotter doet verlopen. In hedendaagse woningen is er niet bepaald plaats op overschot, terwijl de eisen voor warmwatercomfort wel degelijk gestegen zijn. Door toestellen aan te bieden die gemakkelijk in een technische ruimte passen, maar toch volop warm water kunnen leveren, heeft CTC een passend antwoord op de huidige behoeftes op de markt.
Een goed legplan
Climatrix is specialist in stralingsystemen, zoals vloerverwarming en klimaatplafonds. De firma levert een totaalservice, met niet alleen materiaal maar ook legplannen. Een goede voorbereiding is van cruciaal belang om tot een doordacht legplan voor vloerverwarming te komen. Het is af te raden om eerst een legplan op puur verwarmingstechnische criteria uit te tekenen. Dat is dan wel hydraulisch in orde, maar er zijn nog tal van andere architecturale beperkingen waarmee men moet rekening houden: komt het tegelplan overeen met de uitzettingsvoegen, zijn er ingebouwde kasten, komt er ergens een gashaard…. Allemaal factoren die voor complicaties zorgen.
Ook met doorvoerleidingen moet men voorzichtig zijn. Zo is er een limiet aan het aantal leidingen dat door een deuropening kan. Het kan dan voordeliger zijn om met twee collectoren te werken in plaats van alles op dezelfde aan te sluiten en dan te merken dat men de hele woning niet kan bedienen.
Al deze kwesties moeten eerst worden uitgeklaard vooraleer men een legplan begint uit te tekenen. Anders leidt dat tot tal van berichten heen en weer, met wijzigingen en opmerkingen. Het risico is dan reëel dat er verschillende versies van het legplan tegelijk in omloop zijn. Dat verhoogt de kans op fouten op de werf. Overleg en voorbereiding zijn hier van doorslaggevend om nutteloos werk of fouten te vermijden.
Waterkwaliteit en drukbehoud.
Naarmate de verwarmingsregimes lager zijn, wordt het ook belangrijker dat de berekende debieten ook effectief gehaald worden. Met andere woorden, de installatie moet onberispelijk werken en dat kan alleen mits een perfecte waterkwaliteit en drukbehoud. Spirotech, de specialist ter zake heeft daarvoor een acht-stappenplan uitgewerkt waarmee men de kwaliteit van het systeemwater kan verzekeren. Bovendien hebben lage-temperatuursystemen hun eigen problemen. Lagere systeemtemperaturen zullen bijvoorbeeld gunstiger zijn voor bacteriegroei, vergeleken met de standaard hoge-temperatuurverwarming. Een specifieke aanpak is dus vereist. Spirotech benadrukte ook het belang van een regelmatige monitoring van de waterkwaliteit. Bij de opstart is alles misschien in orde, maar men moet er ook voor zorgen dat dit zo blijft. Hier kan Spirotech de vakman bijstaan zodat eventuele problemen snel worden opgespoord.
Equilibrage
Het belang van juiste debieten werd al aangehaald. Om die te garanderen, moet de installatie ook naar behoren ingeregeld zijn, zodat elke leiding de juiste hoeveelheid water krijgt, en de juiste afgiftetemperaturen verzekerd zijn. Dat aspect werd behandeld door de vierde firma, Oventrop. Deze laatste is onder meer gespecialiseerd in regelventielen van diverse types en afmetingen. Een belangrijk onderscheid is dat tussen statisch en dynamisch inregelen. Bij statisch inregelen worden de regelorganen één keer op de berekende instelwaarden gezet. Dat gaat snel en eenvoudig, maar maakt het onmogelijk om in te spelen op wisselende behoeftes. De regeling zal dus minder performant zijn, met energieverspilling tot gevolg.
Bij dynamisch inregelen past de installatie zich aan wisselende omstandigheden aan, zodat de verschillende installatie-onderdelen altijd het juiste debiet krijgen, ook bij drukschommelingen. Dit vereist wel een complexere regeltechnologie en is dan ook minder eenvoudig om in te stellen. Oventrop heeft echter een gamma van handige oplossingen, waarmee een dynamische inregeling kan worden bereikt. Dat zijn zowel regelventielen als specifieke collectoren voor vloerverwarming. Ook hier speelt digitalisering en automatisering een groeiende rol. Zo heeft Oventrop regelsystemen die op basis van sensoren automatisch de regeling van de verschillende kringen aanpassen aan de behoefte.
De conclusie is dan ook dat verwarmen op lage temperaturen niet zo moeilijk hoeft te zijn. De verschillende leveranciers hebben immers aangepaste oplossingen en kunnen de vakman ondersteunen.
Door Alex Baumans









