VERWARMING
Install Magazine 1006 – februari 2026
Integrale aanpak voor warmtenetten
Zesde warmtenetcongres in Antwerpen
Warmtenetten worden gezien als een interessante manier om het gebouwenbestand te decarboniseren. Zo kan men immers gebruik maken van restwarmte, en bovendien kan men schaalvoordelen realiseren. Warmtenetten bieden ook een uitkomst voor dicht bebouwde gebieden met minder plaats voor boringen of buitenunits voor warmtepompen, en ze zijn minder belastend voor het elektrisch net. Daar staat natuurlijk tegenover dat er een leidingnet moet worden aangelegd, wat kosten en hinder met zich meebrengt. Op het warmtenetcongres in Antwerpen wisselden betrokken partijen van gedachten over de (on)mogelijkheden van warmtenetten in Vlaanderen. We geven enkele krachtlijnen
Alles begint met een plan
Een goed plan is een noodzakelijke voorwaarde om aan een warmtenet te beginnen. De rendabiliteit van een net wordt immers direct bepaald door de dichtheid van de warmtevraag. Op dit vlak is er al heel wat werk verricht. Zo is er de Warmtekaart Vlaanderen die als basis kan dienen om zonering uit te werken. In het kader van de herziene Richtlijn Energie-efficiëntie (EU) 2023/1791 (EED) zijn gemeenten boven 45.000 inwoners ook verplicht om een warmtezoneringsplan op te stellen. Verschillende van de betrokken gemeenten beschikken al over zo een plan, en in de andere zijn ze in de maak.
Dergelijke kaarten geven vooral informatie over de vraag, op de bronnen hebben we minder zicht. Wat water als warmtebron betreft, zijn we het meest gevorderd. Om warmte uit water te onttrekken, denken we vooral aan drie mogelijkheden: oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater. Voor alle drie zijn er binnenkort gedetailleerde instrumenten beschikbaar om het potentieel in te schatten. Voor oppervlaktewater of aquathermie komt er een interactieve kaart die niet alleen het potentieel van waterlopen weergeeft, maar ook eventuele wederzijdse invloeden van eventuele onttrekking van temperatuur. Zo kan men voorkomen dat een installatie stroomopwaarts de werking van een installatie stroomafwaarts zou beperken. Wat riothermie betreft, heeft Aquafin haar netwerk nauwkeurig in kaart gebracht, met telkens aanduiding van het potentieel. Wie drinkwater als warmtebron wil gebruiken, kan bij de drinkwatermaatschappijen terecht voor een haalbaarheidsstudie.
De beschikbaarheid van restwarmte uit de industrie blijft nog grotendeels een blinde vlek. Er is geen algemene inventaris beschikbaar van welk bedrijf hoeveel warmte aan welke temperatuur uitstoot. De lokale besturen hebben echter doorgaans een goed idee van wat er op hun industrieterreinen gebeurt. Deze zijn dus de aangewezen partijen om hier gegevens rond te verzamelen.
Openbare sector als voortrekker
Een zoneringsplan is dan misschien een noodzakelijke voorwaarde, het is zeker niet voldoende. Hier is een rol weggelegd voor de lokale besturen. Zij zijn best geplaatst om alle partijen samen te brengen en kunnen ook een en ander faciliteren op het vlak van reglementen en vergunningen. Ze kunnen ook een project een duw in de rug geven door het eigen patrimonium aan te sluiten, zodat er al een minimale afname gegarandeerd is.
Vanuit diverse hoeken werd ook het belang van een integrale aanpak benadrukt. Warmtenetten zijn een vorm van natuurlijk monopolie, dus het is van belang dat de klanten voldoende garanties krijgen dat er met hun belangen rekening wordt gehouden. Collectieve installaties zijn geen doel op zich; ze zijn alleen zinvol als ze een meerwaarde bieden voor de gebruikers. Wanneer ze van bovenaf worden opgelegd, dikwijls met commerciële motieven, volgt er een tegenreactie. Het huidige failliet van warmtenetten in Nederland is daar een mooi voorbeeld van. Een warmtenet moet kaderen in een algemene visie, waarbij ook aspecten van ruimtelijke ordening worden opgenomen, met aandacht voor de bezorgdheden van de gebruikers.
Goedkoper dan gas?
Een van die bezorgdheden is natuurlijk de prijs. Er wordt op dit vlak vaak geschermd met het concept van ‘niet meer dan anders’, wat erop neerkomt dat het nieuwe systeem zeker niet duurder mag zijn dan een traditionele methode. Als die traditionele methode echter een verwarming op fossiele brandstof is, dan gaat de rekening zelden op. Hernieuwbare systemen vergen doorgaans aanzienlijke investeringen, omdat er dikwijls aanpassings- of infrastructuurwerken voor nodig zijn. Ook andere technieken zoals warmtepompen lopen hiertegen aan. Een meer correcte prijsvergelijking zou zijn om warmtenetten niet met fossiele brandstof te vergelijken maar met andere duurzame systemen die eventueel in aanmerking zouden komen, in de eerste plaats warmtepompen. Men kijkt dan niet naar de prijs van verwarming maar naar de prijs van decarbonisering.
Blijft de vraag van de infrastructuurwerken. Bij een warmtenet moeten de leidingen aangelegd worden en moeten de woningen individueel worden aangesloten. Als de oude stookplaats vlakbij de straatkant staat, valt dat nog mee, als men de ketel ergens op zolder moet gaan zoeken, zit dat anders. De vraag kan gesteld worden in hoeverre die kosten gesolidariseerd kunnen worden. Bij de aanleg van het gasnet is dat gebeurd, omdat men ervan uitging dat gas een meer toekomstgerichte brandstof was dan stookolie of steenkool. Die uitbreiding van het gasnet heeft resultaat opgeleverd: als gebouwen nu minder CO2 uitstoten dan 20 jaar geleden, dan is dat grotendeels te danken aan de overschakeling op gasverwarming. Men zou die redenering kunnen doortrekken naar warmtenetten, en de kosten van de aanleg verdelen over de gemeenschap. Dat heeft ook het sociale voordeel dat warmtenetten dan een haalbare manier worden voor minder begoede gezinnen af te koppelen van fossiele brandstoffen.
Lange weg
Hoedanook hebben we nog een lange weg te gaan. Het aantal warmtenetten groeit gestaag, maar het aantal aangesloten woningen blijft beperkt in absolute aantallen. In vele gemeenten is de interesse er, maar dat vertaalt zich nog niet in actie op het terrein. Voorbeelden zoals Roeselare en Geel bewijzen echter dat er wel degelijk werk van gemaakt kan worden, als het gemeentebestuur een stuwende rol opneemt.
Door: Alex Baumans
www.districtheatingantwerpen.be
Foto’s: Energyville


















