VERWARMING  
Install Magazine 1006 – februari 2026

De toekomst van het aardgasnet in Vlaanderen

Studie in opdracht van VNR

Het mag ondertussen bekend zijn: we willen af van fossiele brandstoffen. Maar wat gebeurt er dan met al die kilometers gasnet die onder de grond zitten? De Vlaamse Nutsregulator (VNR, voorheen Vreg), liet daarom een studie uitvoeren om de toekomst van het Vlaamse gasnet in te schatten. Deze opdracht werd toevertrouwd aan Trinomics en DNV. We lichten er enkele hoofdpunten uit.

Nog aardgas in 2050

De onderzoekers verwachten dat er in 2050 nog altijd heel wat gasverbruikers in Vlaanderen zullen zijn. Het aantal aansluitingen zou wel ongeveer halveren, van 2,4 miljoen in 2023 tot ongeveer 1,3 miljoen in 2050. Het gasverbruik zelf zou nog sterker teruglopen, van 55 TWh in 2023 tot 13 TWh in 2050. De overblijvende aansluitingen zouden immers voornamelijk gebruikt worden door hybride installaties. Het gas in kwestie zal nog hoofdzakelijk aardgas zijn. De productie van biomethaan zal wel stijgen, maar zal hooguit 1 TWh bedragen, ruim onvoldoende om de resterende vraag te dekken. Op dit ogenblik wordt de lokale productie van biomethaan in het gasnet geïnjecteerd. De vraag is echter of het in 2050 nog zinvol zal zijn om een aansluiting voor kleine producenten van biomethaan operationeel te houden. Dat gas zal dan lokaal verbruikt moeten worden, of eventueel omgezet tot LNG.

Andere gassen

Een mogelijkheid is om het bestaande transportnet in te zetten voor andere gassen, in principe hernieuwbaar gas. De onderzoekers achten het weinig waarschijnlijk dat dit zal gebeuren. Zoals gezegd zal er niet genoeg biomethaan beschikbaar zijn, en overschakelen op synthetisch methaan of waterstof is economisch onrendabel. Hetzelfde geldt voor eventuele bijmenging van waterstof in het aardgasnet. Wat waterstof betreft, voldoet nu ongeveer 5% van het Vlaamse gasnet aan de technische eisen voor waterstoftransport, voor ongeveer 94% van het net moet dat nog bekeken worden. Het gasnet kan wel aangepast worden om het geschikt te maken voor waterstof, maar dat zal alleen gebeuren indien er effectief voldoende vraag van grootverbruikers is naar groene waterstof. Op dit ogenblik is dat niet het geval.

Een ander scenario is om CO2 via het gasnet transporteren in het kader van het opvangen en gebruiken van CO2 (CCU). Op dit ogenblik is slechts 17% van het gasnet geschikt voor CO2-transport, terwijl de geschiktheid van de niet-metalen onderdelen verder bekeken moet worden. Gezien de hoeveelheden van CO2 in dit scenario eerder beperkt blijven, is het uiterst twijfelachtig dat de nodige aanpassingen van het net ooit rendabel zullen worden. Andere transportmiddelen zoals de weg of het spoor zijn dan interessanter.

Andere doeleinden

De leidingen zouden ook kunnen gebruikt worden voor andere doeleinden dan gastransport. Een mogelijkheid ze om te vormen tot waterleiding: 17% van de middendrukleidingen is nu technisch geschikt voor watertransport. Dat mag dan wel geen drinkwater zijn, wegens de kans op verontreiniging. Een dergelijk scenario is alleen rendabel als er een vraag ontstaat naar niet-drinkbaar water, zodat men een dubbel netwerk nodig heeft met een aparte leiding voor tweede-circuitwater, naast het bestaande drinkwaternet. Het is opnieuw de vraag of dat ooit zal gebeuren.

Tenslotte zou men de leidingen kunnen gebruiken voor kabeltransport. De ondergrond zit op sommige plaatsen al vrij vol. Het is dan beter om de bestaande gasleidingen te gebruiken als prefab kabelgoten, in plaats van de leidingen eerst uit de grond te halen op er later nieuwe kabels in aan te brengen. De technische eigenschappen van het leidingmateriaal spelen dan nauwelijks een rol. Dit zou dus relatief eenvoudig te realiseren zijn.

Kostenstructuur

De grote vraag blijft: wat zal dat allemaal kosten? Omdat men naar verwachting toch nog een wijdvertakt gasnet operationeel zal moeten houden in 2050, zullen de kosten nog relatief hoog blijven, terwijl het aantal aansluitingen en vooral de getransporteerde volumes sterk zullen dalen. Met de huidige prijsstructuur is dat onhoudbaar. Er zullen dus gedeeltes van het net afgeschakeld moeten worden. Dat gebeurt best gepland in grote delen tegelijk. Het gasnet stukje bij beetje buiten dienst nemen naargelang individuele gebruikers afkoppelen, is onpraktisch en onbetaalbaar. Een uitfaseringsplan is aan de orde. Er moet dus werk gemaakt worden van een algemeen warmteplan om de toekomst van het gasnet uit te stippelen. Dat moet op voldoende lange termijn gebeuren om de gebruikers te kans te geven om tijdig over te schakelen. Daarbij moet er voldoende aandacht zijn voor de financieel zwakkere gezinnen, omdat die het laatst zullen investeren in hernieuwbare energie.

Het buiten dienst nemen van de leidingen brengt ook kosten met zich mee. Hoe hoog die zijn, is op dit ogenblik moeilijk te zeggen, omdat er nog nooit een grootschalig gasnet buiten dienst is genomen. Veel zal afhangen van wat er met de bestaande leidingen zal gebeuren. Het goedkoopste is om ze in de grond te laten en ze ofwel te herbestemmen, dan wel ze op te vullen met een inert gas of mortelspecie.

Vast staat in elk geval dat de kosten voor de gasgebruiker in de komende jaren zullen stijgen. De infrastructuurkosten blijven in vele gevallen doorlopen, maar moeten verhaald worden op steeds kleinere volumes gas. Daarnaast zal de gasprijs zelf stijgen door de invoering van ETS2 en de geplande taksshift. Tenslotte zijn er de bijkomende kosten door de ontmanteling van het net en de verhoogde afschrijving van de bestaande infrastructuur, die voor rekening komen van de distributiemaatschappijen.

De huidige financieringsstructuur van de distributienetbeheerders is grotendeels een politieke kwestie. Inkomsten en prijzen hangen slechts in beperkte mate af van de gasprijs op de internationale markt. Een belangrijk deel bestaat uit vergoedingen en taksen die bepaald worden op de verschillende beleidsniveaus. Het is dus van cruciaal belang dat die beleidsniveaus een aangepast financieringsmodel uitwerken dat aansluit bij de veranderende toestand.

Het volledige rapport is na te lezen op de website hieronder

www.vlaamsenutsregulator.be/publicaties/rapp-2025-28

Door: Alex Baumans