VERWARMING  
Install Magazine 1005 – november 2025

Waterkwaliteit in hybride installaties

De mening van experts

Hybride installaties bestaande uit een warmtepomp gecombineerd met een traditionele ketel, worden gezien als een interessante manier om de CO2-uitstoot van verwarming te verlagen. Voor de bestaande bouw is het een handige opstap naar een volledig uitstootvrije verwarming. Er komt echter iets meer bij kijken dan gewoon een warmtepomp in de installatie te monteren. Men moet bijvoorbeeld ook letten op de waterkwaliteit. Om daar meer over te weten, organiseerden we een podcast met Yves Desplenter van Fernox, Werner Neuville van BtecCH en Rudy Van Machelen, nationaal trainer bij Bosch Home Comfort. We geven hier enkele krachtlijnen weer.

Vervuiling vermijden

Hybride installaties zijn vooral een oplossing voor bestaande woningen. Voor nieuwbouw kan men het hele ontwerp direct afstemmen op verwarming met een warmtepomp; een extra ketel plaatsen is daar zinloos. Bestaande woningen zijn echter niet altijd even goed geschikt om over te schakelen. Vaak is een warmtepomp echter wel in staat om een aanzienlijk deel van de verwarmingsbehoefte te dekken. Door de ketel te behouden om bij te springen in de allerkoudste dagen, kan men dan toch de uitstoot reduceren, zonder te hoeven vrezen voor comfortverlies, of meteen ingrijpende verbouwingen te beginnen.

Die ingreep moet vakkundig worden uitgevoerd. De waterkwaliteit vormt daarbij een cruciaal aspect. Een bestaande installatie is doorgaans een vervuilde installatie. Het is dan van belang dat de warmtewisselaar van de warmtepomp tegen dat vuil beschermd wordt. Anders leidt dat tot rendementsverlies, of in het ergste geval verstoppingen. De doorlaat van een warmtewisselaar van een warmtepomp is immers veel kleiner dan die van ketel, wat het toestel extra gevoelig maakt voor vervuiling. Bovendien werkt een warmtepomp met hogere debieten. Door die extra stroming kan bezinksel in de installatie losraken en meegevoerd worden. Het is dus absoluut noodzakelijk dat de installatie vooraf grondig gespoeld wordt.

Die spoeling moet volgens de regels van de kunst uitgevoerd worden. Yves Desplenter maakt de vergelijking met de afwas. Het is niet voldoende om een bord even onder de kraan te houden. Net zoals er afwasmiddel nodig is om het vuil te verwijderen van de vaat, is er in een verwarmingsinstallatie een speciaal reinigingsmiddel nodig om afzettingen te elimineren van leidingen en verwarmingslichamen. Fernox kan daarvoor de middelen en de bijpassende spoelpomp leveren. Vanuit BtecCH is er ook belangstelling voor deze problematiek. De kennisinstelling werkt aan een document over de juiste manier om een installatie te reinigen.

Vorstgevaar

Bij lucht-water warmtepompen is er een duidelijke beweging naar de monoblok warmtepomp te merken. Bij dit type toestel bevindt het volledige koelcircuit zich in de buitenunit, en is deze laatste met de binnenunit verbonden via watervoerende leidingen. Dat heeft enkele voordelen. Voor de CV-installateur is dat een aantrekkelijke oplossing, omdat er geen koeltechnische ingrepen nodig zijn bij de plaatsing. Verder is een monoblok constructie ook aangewezen als de warmtepomp op propaan werkt. Het koeltechnisch gedeelte bevindt zich dan in een hermetisch afgesloten compartiment buiten de woning, zodat er geen risico is op brand.

Dat betekent wel dat er leidingen met verwarmingswater in de bodem moeten worden aangelegd. Dat water mag uiteraard niet bevriezen. Het probleem stelt zich hoofdzakelijk bij een stroompanne omdat dan de circulatie stilvalt. Er zijn twee manieren om de installatie tegen vorst te beschermen. Een eerste is om glycol toe te voegen aan het systeemwater, een andere is om vorstbeveiligingskleppen te voorzien. Die zullen openen als het stilstaand water dreigt te bevriezen, waardoor het water uit de installatie stroomt. Beide methoden zijn efficiënt, en de keuze is aan de installateur en de gebruiker.

Yves Desplenter merkt er wel bij op dat glycol een voordeel heeft ten opzichte van een mechanische beveiliging met kleppen. Als de panne verholpen is, kan de installatie meteen weer opstarten. Bij een mechanische beveiliging is de installatie leeggelopen, en moet alles eerst weer worden bijgevuld, liefst door een vakman. Verder is het belangrijk dat er glycol gebruikt wordt dat bedoeld is voor verwarmingscircuits en is toegelaten door de fabrikant van de verwarmingstoestellen.

Onderhoud en monitoring

Als een installatie gespoeld is en gevuld met water van de juiste kwaliteit is de kous nog niet af. Om een warmtepomp goed te laten werken kan er een buffervat nodig zijn. Die grotere waterinhoud heeft gevolgen voor de installatie. Meer water betekent ook dat er meer kalk en mineralen in de installatie zitten. De kleinere doorlaten van een warmtewisselaar van een warmtepomp zijn gevoeliger voor verstopping. Men moet dus vermijden dat die extra mineralen zich gaan afzetten. Een groter gehalte van mineralen betekent ook een grotere geleidbaarheid van het water, wat op zijn beurt corrosie bevordert. Ook die processen moeten gestopt worden, bijvoorbeeld via een passende waterbehandeling.

Zowel de fabrikanten als BtecCH pleiten er daarom voor dat de waterkwaliteit al van bij de opstart wordt meegenomen in de periodieke controle en onderhoud van de ketel. Traditioneel werd daarbij alleen naar de vuurhaard gekeken en blijft de rest van de installatie buiten beschouwing. Nochtans zijn de hydraulische aspecten zeker even belangrijk. Men gaat dus best na of de waterkwaliteit nog voldoende is. Bij afwijkende waarden kan men controleren of er problemen zijn met drukbehoud, of en hoeveel er werd bijgevuld, hoe het staat met de vervuiling…. Dat alles kan latere defecten voorkomen. De installateur kan gebruik maken van testkits om de waterkwaliteit te beoordelen. Een inspectie van de filters kan veel vertellen over de graad van vervuiling. Kortom een regelmatige controle van de verdeelinstallatie is geen luxe, en wordt best verankerd in de reglementen.

Door: Alex Baumans

Foto’s: Fernox

www.installmagazine.be/nl/podcasts/item/29/aangepaste-waterbehandeling-bij-warmtepompsystemen