VERWARMING
Install Magazine 998 – mei 2024
Leuven mikt op aquathermie
Kansen en uitdagingen van warmtenetten
Warmtenetten worden gezien als een veelbelovende mogelijkheid om verwarming te decarboniseren, zeker in stadscentra. Euroheat & Power, de Europese sectorvereniging rond deze techniek, organiseerde een webinar waar gepeild werd naar de ervaringen van Leuven. Deze stad heeft ambitieuze klimaatdoelstellingen en is een interessante case study. Enerzijds is het een Middeleeuwse stad, met alle complicaties qua erfgoedbescherming en stratenpatroon. Anderzijds kan ze een beroep doen op de expertise van de KULeuven om nieuwe technieken te introduceren.
Ambitieuze doelstellingen
Leuven wil een voorloper zijn op het vlak van klimaat en maakt deel uit van het Europese netwerk van ‘100 Climate-Neutral and Smart Cities’. Het doel is om de beweging naar klimaatneutraliteit tegen 2030 te versnellen. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor verwarming. In een stedelijke context vertegenwoordigt dat een aanzienlijk deel van de uitstoot: in Leuven is dat 80%, veel meer dan mobiliteit of industrie. De meest efficiënte manier om die uitstoot te doen dalen is om over te schakelen op groene energie. Renovatie en energiebesparing zijn ook nodig, maar hebben een beperkter onmiddellijk effect.
Als men de warmtebehoefte vergelijkt met het potentieel aan groene warmte, dan stelt men een duidelijke overeenkomst vast: de grootste warmtevraag situeert zich in het stadscentrum, dat met de Dijle meteen ook een groot potentieel aan groene warmte heeft. Het komt er dus op aan om dat te benutten. Daarnaast zet Leuven ook in op andere warmtebronnen, zoals riothermie, collectieve boorvelden voor geothermie en biogas uit een vergister.
Wijkprojecten en warmtenetten
Voor de concrete realisatie gaat Leuven uit van wijkprojecten, zoals in de Hertogensite in het stadscentrum. Cruciaal daarbij is om alle betrokken partijen samen te brengen, met het stadsbestuur als coördinator. Op sommige sites is er een groter potentieel aan groene warmte dan ter plaatse gebruikt kan worden. Om dat ten volle te benutten, moet er een instantie gevormd worden die als energiebedrijf kan optreden en het warmte-overschot kan doorverkopen. Ook hier kan de stad een faciliterende rol spelen, onder meer wat de coördinatie met Fluvius betreft. Burgerparticipatie, bijvoorbeeld in de vorm van coöperaties, is een belangrijke factor om voldoende draagvlak te krijgen voor dergelijke projecten. De stad ondersteunt dan ook coöperatieve structuren.
Toch blijft de integratie van groene warmte een complex gegeven, en lukt het niet altijd om alle partijen op één lijn te krijgen. Zo hebben de inspanningen om een warmtenet te voeden met restwarmte van AB Inbev nog geen concreet resultaat opgeleverd. Soms komen de obstakels uit een onverwachte hoek. Enkele jaren geleden werd er een project van riothermie voor sociale woningen gerealiseerd (zie De Onderneming 938, maart 2017 ). Sociale woningen kunnen echter genieten van een goedkoop tarief voor aardgas, waardoor de riothermie-installatie nooit rendabel kon worden. Omdat de last om het verschil bij te passen te groot werd voor het stadsbudget, werd besloten om de warmtepompinstallatie stil te leggen. De conclusie is dan ook dat er een coherent regelgevend kader moet zijn op de verschillende beleidsniveaus, wil de energietransitie slagen.
Door Alex Baumans









